ECLI:NL:OGEAA:2018:547

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 september 2018
Publicatiedatum
19 september 2018
Zaaknummer
AUA201800775
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 23, tweede lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArtikel 32, onder c, Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging fictieve afwijzing bezwaar en oplegging termijn voor reële beslissing

Appellante AMTR N.V. maakte bezwaar tegen drie bestuurlijke boetes opgelegd door de Centrale Bank van Aruba. Na het uitblijven van een beslissing op het bezwaar stelde zij beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Het gerecht oordeelt dat de als afwijzend geldende, ongemotiveerde beschikking op het bezwaar kennelijk niet in stand kan blijven omdat er ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing was genomen. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.

De Centrale Bank van Aruba wordt veroordeeld binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen op het bezwaar van appellante. Tevens wordt de verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht aan appellante.

De uitspraak is gedaan door rechter E.M.D. Angela op 17 september 2018 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing vernietigd en verweerder moet binnen drie maanden een reële beslissing nemen.

Uitspraak

Uitspraak van 17 september 2018
Lar nr. AUA201800775
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
AMTR N.V.,
gevestigd in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. E.J.M. Lotter Homan,
gericht tegen:
CENTRALE BANK VAN ARUBA,
zetelende in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 25 augustus 2017 heeft verweerder aan appellante drie bestuurlijke boetes opgelegd.
Daartegen heeft appellante op 5 oktober 2017 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 22 maart 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift.
2.2
Ingevolge artikel 32, onder c, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. De vaststelling dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing op het bezwaar is genomen, maakt dat de ongemotiveerde, als afwijzende beslissing op het bezwaar geldende, beschikking (artikel 23, tweede lid, Lar) kennelijk niet in stand kan blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen.
2.3
Nu appellante met recht in beroep is gekomen en zich bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellante hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 500,- aan gemachtigdesalaris.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van appellante;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-;
- gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 17 september 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.