Uitspraak
1.[Gedaagde 1],
[Gedaagde 2],
[Gedaagde 3],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele zaak ging het om de verdeling van de nalatenschap van wijlen [X] tussen eiseres en meerdere gedaagden. Eiseres stelde dat zij lidmaatschapsgelden en liggelden had betaald voor de door de erflater nagelaten boot en vorderde vergoeding van deze kosten. Het Gerecht oordeelde dat deze betalingen voldoende waren onderbouwd en dat zij gerechtigd was deze kosten namens de nalatenschap te maken, ook al was zij niet benoemd als testamentair executeur.
Verder werd vastgesteld dat gedaagde 4 geen bijdrage hoefde te leveren aan de uitvaartkosten, aangezien hem was toegezegd dat hij hiervoor niet hoefde te betalen. Partijen deden afstand van het bootje, zodat hierover geen uitspraak werd gedaan. De verdeling van de nalatenschap werd vastgesteld met toewijzing van specifieke boedelbestanddelen en aandelen aan eiseres, gedaagde 4 en de overige gedaagden.
Na verrekening van overbedelingen werd eiseres veroordeeld tot betaling van bedragen aan de gedaagden en gedaagde 4. Tevens werd een dwangsom opgelegd aan gedaagde 4 en de gedaagden om medewerking te verlenen aan de uitvoering van het testamentaire legaat. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Gerecht heeft de nalatenschap verdeeld met toewijzing van boedelbestanddelen en verrekening van overbedelingen, en veroordeelde partijen tot betaling en medewerking aan uitvoering testament.