ECLI:NL:OGEAA:2018:447

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
23 juli 2018
Publicatiedatum
23 juli 2018
Zaaknummer
AUA201801578
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering doorbetaling loon na ontslag op staande voet wegens vermeende diefstal

Eiser trad in 2009 in dienst bij Driftwood Charters als bemanningslid van een vissersboot voor toeristen. Op 2 februari 2018 werd hij op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van 100 US$ van de kapitein. Eiser vordert betaling van loon met wettelijke verhoging en rente en stelt dat het ontslag nietig is omdat hij geen diefstal heeft gepleegd.

Driftwood Charters verzet zich tegen de vordering en vordert proceskostenvergoeding. De voorzieningenrechter beoordeelt het spoedeisend belang van de vordering. Hoewel eiser stelt dat hij geen inkomen heeft en niet zelf kan voorzien in visvangst, blijkt uit de zitting dat hij na ontslag regelmatig met een andere vissersboot werkt. Dit had hij in het verzoek moeten melden.

Eiser onderbouwt niet dat hij geen deel van de tips ontvangt, een belangrijk inkomen voor bemanningsleden. De rechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de vordering. Daarom wijst de rechter de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten van Driftwood Charters.

Uitkomst: De vordering tot betaling van loon wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 23 juli 2018
Behorend bij AUA201801578
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[EISER],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,
tegen:
de naamloze vennootschap
DRIFTWOOD CHARTERS N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Driftwood Charters,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.
DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnota van Driftwood Charters;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 29 juni 2018;
- de mededeling van 3 juli 2018 van partijen dat het niet gelukt is om een regeling te treffen.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
[eiser] is op 5 oktober 2009 in dienst getreden bij Driftwood Charters als bemanningslid van een vissersboot voor toeristen.
2.2
Op 2 februari 2018 is [eiser] op staande voet ontslagen omdat hij 100 US$ zou hebben gestolen van de kapitein van het schip.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [
[eiser] vordert veroordeling van Driftwood Charters tot betaling van loon met wettelijke verhoging en rente en met veroordeling van Driftwood Charters tot vergoeding van de proceskosten.
3.2 [
[eiser] grondt de vordering erop dat het ontslag nietig is omdat hij geen geld heeft gestolen.
3.3
Driftwood Charters voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 18c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn partijen gehouden om alle voor de beslissing van belang zijnde feiten in een zo vroeg mogelijk stadium in de procedure naar voren te brengen.
4.2
In het onderhavige geval is de spoedeisendheid van de vordering beargumenteerd met de stelling dat [eiser] niet alleen zijn inkomen mist maar ook geen mogelijkheid heeft om zelf vis te vangen om te verkopen of met zijn gezin zelf te consumeren. Ter zitting is echter gebleken dat [eiser] meteen na zijn ontslag regelmatig met een andere vissersboot voor toeristen uitvaart. Dat had [eiser] meteen in het inleidend verzoek moeten melden. Volgens [eiser] verdient hij geen salaris. Dat wordt echter niet onderbouwd door een verklaring van – bijvoorbeeld – de kapitein van de desbetreffende boot. Ook is niet duidelijk dat [eiser] geen deel van de tips, een belangrijk onderdeel van het inkomen van bemanningsleden van dit soort boten, zou ontvangen. Omdat op [eiser] de plicht rust te onderbouwen dat hij spoedeisend belang bij zijn vordering heeft en meteen informatie had moeten geven die van belang is voor de beantwoording van de vraag in hoeverre hij op dit moment geheel of voor een redelijk deel in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin kan voorzien, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het spoedeisend belang bij toewijzing van de vordering niet voldoende aannemelijk is.
4.3
Daarop stuit de vordering af.
4.4
Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiser] de proceskosten van Driftwood Charters moeten vergoeden.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Driftwood Charters worden begroot op Afl. 1.000, aan griffierecht, Afl. 226,95 aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 23 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier.