De Voogdijraad verzocht het gerecht om ondertoezichtstelling van drie minderjarigen, geboren in 2003, 2006 en 2008, vanwege een bedreiging van hun zedelijke en lichamelijke welzijn. De moeder oefent het gezag uit over alle minderjarigen, terwijl de vader alleen het gezag heeft over de middelste minderjarige. De moeder verscheen niet op de zitting, de vader wel.
Uit het dossier en de zitting bleek dat er sprake is van een gevoel van onmacht en een gebrek aan opvoedingsvaardigheden bij de moeder. De hulpverlening binnen het vrijwillige kader was onvoldoende effectief vanwege het aanhoudende gebrek aan inzicht van de moeder in de problematiek. Het gerecht concludeerde dat ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de benodigde hulpverlening te kunnen opstarten.
Daarnaast besloot het gerecht dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen noodzakelijk is dat zij worden opgenomen in het Orthopedagogisch Centrum en Imeldahof. De beschikking beveelt de ondertoezichtstelling en plaatsing voor de duur van één jaar en is direct uitvoerbaar verklaard.