Uitspraak
1.DE VERDERE PROCEDURE IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE
2.DE VERDERE BEOORDELING IN RECONVENTIE
5.DE UITSPRAAK IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE
woensdag 29 augustus 2018 om 14.30 uur.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Italia Aruba en GCM zijn in geschil geraakt over een bouwproject waarbij GCM stelde dat Italia Aruba akkoord was gegaan met een wijziging van het bouwplan, namelijk het aanbrengen van steunpilaren, waarna GCM opdracht gaf aan een architect voor de productie.
Het gerecht heeft bewijsopdrachten gegeven en getuigen gehoord, waaronder directeuren van beide vennootschappen en een toezichthoudend ingenieur. De verklaringen van de getuigen waren tegenstrijdig, met name over een vermeende mondelinge akkoordverklaring van Italia Aruba voor de wijziging.
Het gerecht oordeelde dat GCM niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Er was geen schriftelijk bewijs van de wijziging en geen gewijzigde bouwvergunning aangevraagd of verleend. Ook de telefoongegevens boden onvoldoende steun. Hierdoor staat vast dat GCM niet correct had kunnen nakomen indien de overeenkomst niet was beëindigd.
De vorderingen van GCM tot schadeloosstelling wegens gederfde winst en gemaakte kosten worden afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld en onderbouwd dat kosten zijn gemaakt. Wel is erkend dat een aanbetaling aan de architect is gedaan, maar deze is reeds door Italia Aruba aan GCM voldaan.
Het gerecht beveelt een comparitie van partijen om te bespreken of het geschil anders kan worden opgelost, mede gezien het bedrag dat nog bij de architect ligt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De vorderingen van GCM worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van akkoord en gemaakte kosten.