Uitspraak
,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Het verzoek tot adoptie werd ingediend door de oom moederszijde van de minderjarige, die sinds januari 2016 de voogdij over het kind heeft en met wie het kind in Aruba samenwoont. De moeder, woonachtig in Haïti, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De Voogdijraad heeft geen bezwaren tegen de adoptie geuit. Het gerecht constateert dat er een vader-zoon relatie is ontstaan tussen verzoeker en de minderjarige, die elkaar als zodanig beschouwen.
Gezien het belang van de minderjarige en het voldoen aan de wettelijke vereisten, acht het gerecht de adoptie passend en wijst het verzoek toe. De beschikking is op 26 juni 2018 uitgesproken door rechter A.H.M. van de Leur.
Uitkomst: Het gerecht wijst het adoptieverzoek toe en spreekt de adoptie uit.