ECLI:NL:OGEAA:2018:375
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning voor onbepaalde tijd wegens onvoldoende legaal verblijf in Aruba
Appellante verzocht om een vergunning voor onbepaalde tijd, maar deze werd door de minister afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste van 120 maanden onafgebroken legaal verblijf in Aruba, zoals gesteld in artikel 7a, tweede lid, van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv).
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat zij wel aan de vereiste van 10 jaar legaal verblijf voldeed. Tevens verzocht zij, indien de vergunning voor onbepaalde tijd niet kon worden verleend, om een vergunning voor tijdelijk verblijf met een garantsteller.
De minister overlegde een beoordelingslijst waaruit bleek dat appellante slechts 109 maanden legaal in Aruba verbleef. Appellante bevestigde de juistheid van deze lijst. Het Gerecht oordeelde dat de afwijzing op goede gronden was gebaseerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 25 juni 2018. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de vereiste van 120 maanden legaal verblijf.