ECLI:NL:OGEAA:2018:316
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling en gezamenlijk gezag minderjarige na scheiding ouders
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba behandelde het verzoek van de vader om gezag en omgang met de minderjarige te regelen. Uit het rapport van de Voogdijraad bleek minimale communicatie tussen de ouders, maar het gerecht achtte beide ouders geschikt om gezamenlijk het gezag te behouden. Een ondertoezichtstelling werd niet gerechtvaardigd geacht.
Ten aanzien van de omgang tussen de moeder en de minderjarige, die niet bij haar verblijft, bepaalde het gerecht dat deze onder supervisie van een derde, te weten de grootmoeder, op een neutrale plek dient plaats te vinden. Dit is in het belang van de minderjarige voor haar identiteitsvorming en ontwikkeling. De omgang wordt eenmaal per week toegestaan met de voorwaarde dat vader en stiefvader niet in de buurt zijn.
De vader kreeg tevens kosteloze procesvoering toegewezen op grond van zijn financiële situatie. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek van de vader voor een ondertoezichtstelling werd afgewezen.
Uitkomst: Gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd en wekelijkse omgang tussen moeder en minderjarige onder begeleiding van grootmoeder wordt vastgesteld.