ECLI:NL:OGEAA:2018:30

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 januari 2018
Publicatiedatum
9 februari 2018
Zaaknummer
EJ nr. 2163 van 2017/AUA201702681
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWAArt. 1:268 BWA
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing van het gezag van moeder over haar minderjarige kinderen en benoeming van voogden

De Voogdijraad verzocht de rechtbank om de moeder te ontheffen van het gezag over haar vijf minderjarige kinderen, omdat zij ongeschikt of onmachtig zou zijn haar opvoedingsplicht te vervullen. De moeder verzette zich tegen dit verzoek.

Tijdens de zitting bleek dat de kinderen al ruim 3,5 jaar onder toezicht staan en dat ondanks begeleiding minimale vooruitgang in de thuissituatie is geboekt. Er is vastgesteld dat de moeder onmachtig is haar plichten te vervullen en dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds gelden, zonder redelijk perspectief op terugplaatsing.

Op grond van artikel 1:266 en Pro 1:268 lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba werd de ontheffing van het gezag uitgesproken. De voogdij over vier minderjarigen werd toegewezen aan Fundacion Guia Mi en over één minderjarige aan de voorgestelde voogd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het gezag over haar vijf minderjarige kinderen en voogdij wordt toegewezen aan Fundacion Guia Mi en een voorgestelde voogd.

Uitspraak

Beschikking van 9 januari 2018
Behorend bij EJ nr. 2163 van 2017/AUA201702681.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
tegen
[de moeder],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna: de moeder,
procederend in persoon,
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
[de minderjarige 3],
[de minderjarige 4],
[de minderjarige 5],de minderjarigen,
[de vader van minderjarige 1], de vader van [de minderjarige 1],
[de voorgestelde voogd],de voorgestelde voogd van [de minderjarige 3],
FUNDACION GUIA MI.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 10 oktober 2017,
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 28 november 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon, de voorgestelde voogd van [de minderjarige 3], namens de Voogdijraad mevrouw [medewerker] en namens de Fundacion Guia Mi mevrouw [medewerker]. De vader van [de minderjarige 1] heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
[de minderjarige 1] is op [geboortedatum] 2011 in Aruba geboren, uit de moeder. De vader van [de minderjarige 1] heeft de minderjarige erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.
2.2
Van de op [geboortedatum] 2012 in Aruba geboren [de minderjarige 2], op [geboortedatum] 2013 in Aruba geboren [de minderjarige 3], op [geboortedatum] 2013 in Aruba geboren [de minderjarige 4] en op [geboortedatum] 2014 in Aruba geboren [de minderjarige 5], staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uitoefent

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe de moeder van het gezag over de minderjarigen te ontheffen en [de voorgestelde voogd] te benoemen tot voogd over de minderjarige [de minderjarige 3] en de Fundacion Gui Mi te belasten met de voogdij over de andere minderjarigen.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:266 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet.
Ingevolge artikel 1:268, lid 1 BWA wordt ontheffing niet uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 2, onder a tot en met d, van dit artikel.
4.2
De moeder is het niet eens met de verzochte ontheffing.
4.3
De gezinsvoogd heeft ter zitting opgemerkt dat de kinderen al 3,5 jaar onder toezicht staan en moeder in die tijd is begeleid op verschillende gebieden. Desondanks is er minimale vooruitgang in de thuissituatie.
4.4
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende vast komen te staan dat de moeder onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarigen te vervullen.
4.5
Nu de moeder zich tegen de ontheffing verzet, dient voorts beoordeeld te worden of zich één van de situaties genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWA Pro voordoet. De Voogdijraad stelt dat er sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 1:268 lid 2 aanhef Pro en onder a BW, te weten dat na een ondertoezichtstelling van ten minste zes maanden met uithuisplaatsing, gegronde vrees bestaat dat deze maatregel - door ongeschiktheid of onmacht van de ouder om zijn plicht tot verzorging of opvoeding te vervullen - onvoldoende is om de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden.
4.6
Gebleken is dat de gronden voor de ondertoezichtstelling thans – na ruim twee jaar – nog onverminderd aanwezig zijn. Voorts is gebleken dat er geen redelijk perspectief bestaat voor terugplaatsing van de minderjarige bij de moeder.
4.7
Nu gelet op het voorgaande aan de voorwaarden tot ontheffing genoemd in artikel 1:266 jo Pro 1:268 lid 2 aanhef en sub a BWA is voldaan, zal het gerecht de verzochte ontheffing in het belang van de minderjarige uitspreken.
4.8
In het gezag over de minderjarigen dient dan te worden voorzien. De Fundacion Guia Mi en de voorgestelde voogd zijn bereid de voogdij over de minderjarigen te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om [de voorgestelde voogd] tot voogd te benoemen over de minderjarige [de minderjarige 3] en de Fundacion Guia Mi te belasten met de voogdij over de andere minderjarigen toewijzen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
ontheft de moeder [de moeder] van het gezag over [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba, [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba, [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba, [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba en [de minderjarige 5], geboren op [geboortedatum] 2014 in Aruba,
draagt aan de Fundacion Guia Mi de voogdij op over de minderjarigen [de minderjarige 1], [de minderjarige 2], [de minderjarige 4] en [de minderjarige 5] en benoemt [de voorgestelde voogd] tot voogd over de minderjarige [minderjarige 3],
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op dinsdag 9 januari 2018 door de rechter mr. E.M.D. Angela in tegenwoordigheid van de griffier.