ECLI:NL:OGEAA:2018:296

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 mei 2018
Publicatiedatum
30 mei 2018
Zaaknummer
A.R. 1400 van 2017 / AUA201701599
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling nutsvoorzieningen en herstelkosten na huurovereenkomst

De zaak betreft een civiele procedure tussen eiser en gedaagde over nakoming van een huurovereenkomst. Gedaagde had woonruimte gehuurd van eiser en deze in augustus 2016 verlaten. Eiser vordert betaling van openstaande kosten voor nutsvoorzieningen (WEB en ELMAR) en herstelkosten van de woning, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.

Gedaagde voert verweer en vordert proceskostenvergoeding. De rechter beoordeelt dat de vordering tot herstelkosten wordt afgewezen omdat eiser niet heeft gesteld of bewezen dat gedaagde in gebreke is gesteld. Met betrekking tot de nutsvoorzieningen erkent gedaagde een betaling van Afl. 900,= maar dit dekt niet de volledige elektriciteitskosten. De rechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het resterende bedrag van Afl. 2.964,31 plus wettelijke rente vanaf 8 augustus 2017.

De proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 2.964,31 plus wettelijke rente, herstelkosten afgewezen, proceskosten gecompenseerd.

Uitspraak

Vonnis van 16 mei 2018
Behorend bij A.R. 1400 van 2017 / AUA201701599
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[eiser],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. L.J. Pieters,
tegen:
[gedaagde],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 oktober 2017;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie op 29 november 2017;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
[gedaagde] heeft van [eiser] woonruimte gehuurd.
2.2 [
[gedaagde] heeft de woning in augustus 2016 verlaten.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [
[eiser] vordert, na wijziging van eis – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Afl. 742,20 (WEB), Afl. 3.122,11 (ELMAR) en Afl. 2.227, (herstelkosten), te vermeerderen met de wettelijke rente en 15% incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.
3.2 [
[eiser] grondt de vordering erop dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen en hij daardoor schade lijdt.
3.3 [
[gedaagde] voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Na eiswijziging zijn aan de orde de kosten in verband met nutsvoorzieningen (WEB en ELMAR) en de door [eiser] gestelde schade doordat [gedaagde] niet aan de verplichting heeft voldaan om de woning na het einde van de huur behoorlijk op te leveren.
4.2
Die laatste vordering wordt afgewezen omdat gesteld noch gebleken is dat [eiser] [gedaagde] in gebreke heeft gesteld.
4.3
Met betrekking tot de nutsvoorzieningen heeft [gedaagde] een akte overgelegd, gedateerd 30 augustus 2016, met de tekst: “pago riba di e gastonan di corriente” met een bedrag van “total 900,=”. Dat [gedaagde] bedoelde een bedrag van Afl. 900, te betalen in verband met de opstaande kosten van nutsvoorziening heeft [eiser] niet voldoende gemotiveerd weersproken. Het stond hem dan ook niet vrij die betaling in mindering te brengen op de huur. Door [gedaagde] is niet voldoende gemotiveerd bestreden dat de elektriciteitskosten Afl. 3.122,11 bedroegen. Evenmin is voldoende gemotiveerd gesteld dat de betaling van Afl. 900, ter finale kwijting van die kosten strekte. Dat betekent dat [gedaagde] nog Afl. 2.222,11 moet betalen. De kosten in verband met levering van water ad Afl. 742,20 zijn niet voldoende gemotiveerd bestreden. Ook die moet [gedaagde] nog voldoen. [eiser] heeft in het petitum geen duidelijke ingangsdatum voor de verschuldigdheid van wettelijke rente genoemd. Die kan dus worden toegewezen vanaf de datum waarop het verzoek aan [gedaagde] werd betekend, te weten 8 augustus 2017.
4.4
Dat [eiser] ter incasso meer of andere kosten heeft gemaakt dan gebruikelijk onder een proceskostenveroordeling vallen is niet voldoende gemotiveerd gesteld. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
4.5
Nu beide partijen ieder deels in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd zoals hieronder vermeld.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 2.964,31, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 8 augustus 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.