Uitspraak
,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster, Cala Romana N.V., exploiteert sinds 2001 een terrein te Budui zonder geldige hindervergunning. Na een aanvraag in december 2017 verbood de minister van Justitie per beschikking van 20 maart 2018 de voortzetting van werkzaamheden totdat op de vergunningaanvraag was beslist. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het verbod te schorsen.
Het gerecht overwoog dat de brief van 20 maart 2018 een last onder bestuursdwang inhoudt. Hoewel verzoekster sinds 1999 zonder vergunning opereert, kon zij geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan het uitblijven van handhaving. Het bestuursorgaan mag in beginsel handhavend optreden bij overtredingen, tenzij er concreet zicht is op legalisatie of het optreden onevenredig is.
Verweerder stelde dat op basis van adviezen en klachten van omwonenden sprake is van ernstige hinder in de zin van de Hinderverordening, en dat het verzoek om vergunning waarschijnlijk zal worden afgewezen. Het gerecht vond het algemeen belang bij handhaving zwaarder wegen dan het financiële belang van verzoekster. Daarom is onvoldoende aannemelijk dat de beschikking in bezwaar zal worden vernietigd, en werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestuursdwangverbod wordt afgewezen.