ECLI:NL:OGEAA:2018:271

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 mei 2018
Publicatiedatum
23 mei 2018
Zaaknummer
B.B. nr. 2527 van 2017/AUA201703127
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering toegewezen tegen gedaagde met veroordeling in proceskosten

Eiser vordert betaling van 10.000 gulden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2017, van gedaagde. Gedaagde verschijnt niet ter comparitie en voert verweer tot afwijzing van de vordering.

Het Gerecht handhaaft het tussenvonnis en wijst de vordering toe, mede omdat gedaagde geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die tot een ander oordeel leiden. De wettelijke rente wordt toegewezen omdat deze niet is bestreden.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, de wettelijke rente en de proceskosten aan de zijde van eiser, waaronder salaris advocaat en verschotten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van 10.000 gulden met wettelijke rente en proceskosten aan eiser.

Uitspraak

Vonnis van 9 mei 2018
Behorend bij B.B. nr. 2527 van 2017/AUA201703127
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser],
wonende in Aruba,
eiser,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart,
tegen:
[Gedaagde],
wonende in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 21 februari 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 22 maart 2018. [Eiser] is toen ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. De blijkens zijn brief van 21 maart 2018 [1] van de zitting op de hoogte zijnde [gedaagde] is niet verschenen. [Eiser] heeft ter zitting het woord gevoerd mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en heeft gepersisteerd bij het door hem gestelde en verzochte.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [
Eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren betalingsbevel [gedaagde] beveelt om aan [eiser] te betalen Afl. 10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 31 oktober 2017, kosten rechtens.
2.2 [
Gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte en tot compensatie van de proceskosten.

3.DE VERDERE BEOORDELING

3.1
Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
3.2
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis in verbinding met de omstandigheid dat [gedaagde] ter zitting geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die zouden nopen tot een ander oordeel zullen de vorderingen van [eiser] worden toegewezen als na te melden. Daarbij heeft te gelden dat [gedaagde] de nevenvordering van [eiser] ter zake van wettelijke rente niet heeft bestreden.
3.3 [
Gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van tarief 4 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.000,-- per punt).

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen Afl. 10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 31 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Bij die brief heeft [gedaagde] tevergeefs om uitstel van de zitting van 22 maart 2018 verzocht.