ECLI:NL:OGEAA:2018:247

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 mei 2018
Publicatiedatum
8 mei 2018
Zaaknummer
A.R. 1649 van 2017 / AUA20170701896
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 8 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 15 Haags Betekeningsverdrag 1965
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering verstekverlening wegens niet-naleving Haags Betekeningsverdrag

De naamloze vennootschap ELJO CONSTRUCTION & REAL ESTATE N.V. heeft een civiele procedure aangespannen tegen gedaagde, wonende in het buitenland. De procedure richt zich op de internationale betekening van het verzoek aan gedaagde volgens het Haags Betekeningsverdrag 1965.

In een tussenvonnis werd opdracht gegeven om informatie in te winnen over de internationale kennisgeving. Uit de verkregen informatie bleek dat niet aan de betekeningsvoorwaarden van het verdrag was voldaan. Eiseres beriep zich op artikel 5 lid 8 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, maar dit volstaat niet om het verdrag te omzeilen.

De rechter oordeelde dat de enkele uitnodiging per e-mail en toezending van een kopie van de civiele rol niet voldoende is om te concluderen dat gedaagde bewust niet verschijnt. Ook het argument dat een procedure in Frankrijk te duur zou zijn, werd onvoldoende onderbouwd.

De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor uitlating door eiseres over het al dan niet hernieuwd oproepen van gedaagde met inachtneming van het verdrag. Verstekverlening wordt geweigerd zolang niet aan de voorwaarden is voldaan.

Uitkomst: Verstekverlening aan gedaagde wordt geweigerd wegens niet-naleving van het Haags Betekeningsverdrag.

Uitspraak

Vonnis van 2 mei 2018
Behorend bij A.R. 1649 van 2017 / AUA20170701896
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ELJO CONSTRUCTION & REAL ESTATE N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: eiseres,
gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels,
tegen:
[Gedaagde]
wonende te [land], te [nr], [straat], [woonplaats], [stad],
hierna ook te noemen: gedaagde,
niet verschenen

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 december 2017; verzoekschrift;
- de zijdens de Directie Wetgeving en Juridische Zaken bij brief van 2 februari 2018 verkregen informatie;
- de akte zijdens eiseres.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
In het vonnis van 6 december 2017 heeft het gerecht – kort gezegd – de griffier opdracht gegeven om informatie in te winnen omtrent de internationale kennisgeving van het verzoek aan gedaagde.
2.2
Bij brief van 2 februari 2018 is door de griffier informatie verkregen van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ). Daaruit blijkt niet dat is voldaan aan de betekeningsvoorwaarden van het Haags Betekeningsverdrag 1965.
2.3
Eiseres beroept zich er in haar akte op dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 5 lid 8 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarmee is echter niet aan de voorwaarden van het verdrag voldaan. Dat verdrag is van toepassing op partijen die woonplaats hebben in verdragsstaten zoals in het onderhavige geval. De omstandigheid dat de advocaat van eiseres gedaagde per e-mail heeft uitgenodigd om kennis te nemen van gerechtsstukken en haar een kopie van de civiele rol van 15 november 2017 heeft toegezonden maakt dat niet anders. Daarmee kan, anders dan eiseres betoogt, niet worden geconcludeerd dat gedaagde bewust niet verschijnt.
2.4
Voor zover zich erop wil beroepen dat de toegang tot de rechter is geblokkeerd omdat zij anders in Frankrijk een dure procedure moet beginnen is dat niet voldoende toegelicht. Eiseres heeft niet uitgelegd hoe veel een procedure in Frankrijk haar dan zou kosten laat staan waarom dat zo duur is dat de toegang tot de rechter daarmee illusoir is.
2.5
Het voorgaande laat overigens onverlet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen genomen kunnen worden (artikel 15 laatste Pro volzin van het verdrag).
2.6
Het gerecht zal de zaak naar de rol verwijzen voor uitlating zijdens eiseres zodat zij kan aangeven of zij gedaagde hernieuwd wil doen oproepen met inachtneming van de voorschriften van het verdrag of eindvonnis wenst. Dat vonnis zal dan luiden dat verstekverlening jegens gedaagde wordt geweigerd.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 juni 2018 voor uitlating als bedoeld in rechtsoverweging 2.6;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.