ECLI:NL:OGEAA:2018:21

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 januari 2018
Publicatiedatum
23 januari 2018
Zaaknummer
E.J. 3088 van 2016 / AUA201600983
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schadevergoeding wegens vermeende schending goed werkgeverschap

In deze zaak vordert een werknemer schadevergoeding wegens vermeende schending van het goed werkgeverschap door haar voormalige werkgever, Save More Supermarket N.V. De werknemer stelt dat de werkgever negatief sprak over haar functioneren en haar seksuele geaardheid actief heeft vermeld aan potentiële werkgevers, waardoor zij geen nieuwe baan kon vinden.

De werkgever betwist deze beschuldigingen en voert aan dat het dienstverband op initiatief van de werkgever is beëindigd vanwege onrust veroorzaakt door de werknemer. Tijdens de procedure zijn getuigen gehoord, waaronder een heimelijk opgenomen gesprek dat verloren is gegaan, waarin de manager en bestuurder van Save More zou hebben verklaard dat de werknemer lui was en problemen veroorzaakte, en dat hij de seksuele geaardheid van de werknemer en haar partner zou hebben genoemd.

Het gerecht oordeelt dat het verstrekken van informatie over het dienstverband en het bestaan van een relatie tussen de werknemer en haar partner, zonder waardeoordeel, binnen de grenzen van het goed werkgeverschap valt. De werkgever heeft de negatieve informatie over het functioneren van de werknemer niet gemotiveerd bestreden en het vermelden van de relatie was relevant in de context van sollicitaties. Het verzoek tot schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens schending van het goed werkgeverschap wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 9 januari 2018
Behorend bij E.J. 3088 van 2016 / AUA201600983
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[werknemer],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna te noemen: [werknemer],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
de naamloze vennootschap
SAVE MORE SUPERMARKET N.V.,
te Aruba,
VERWEERSTER, hierna te noemen: Save More,
gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Wildeman.

1.DE PROCEDURE

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de aantekeningen van de zitting van 14 maart 2017, waarin opgenomen het mondeling vonnis;
- de pleitaantekeningen van Save More;
- de aktes van partijen;
- de processen verbaal van getuigenverhoor in enquête en contra-enquête van 22 mei 2017, 7 juli 2017 en 25 juli 2017;
- de conclusie na enquête van [werknemer];
- de antwoordconclusie na enquête van Save More.
1.2.
De zaak is vervolgens verwezen voor uitspraak

2.HET VERZOEK EN DE BEOORDELING

2.1.
[werknemer] heeft een verzoek ingediend tot betaling van schadevergoeding ten belope van Afl. 11.050,- wegens, kort gezegd, schending door Save More van het beginsel van goed werkgeverschap. Aan het verzoek heeft [werknemer] ten grondslag gelegd dat zij na beëindiging van het dienstverband met Save More geen baan kon vinden bij een andere werkgever omdat, zoals zij in het verzoek stelt, Save More “zeer slecht over verzoekster sprak (dat zij een slechte werknemer was, lui etc.) maar ook dat de nadruk werd gelegd op het feit dat verzoekster lesbisch was”. Nadat [werknemer] haar dienstverband met Save More niet meer vermeldde op haar arbeidshistorie, kreeg zij, evenals haar vriendin die ook bij Save More had gewerkt en van wie eveneens het dienstverband was beëindigd, vrijwel direct een baan.
2.2.
Save More heeft de door [werknemer] beschreven gang van zaken gemotiveerd bestreden. Zij heeft zich, onder meer, op het standpunt gesteld dat nadat [werknemer] een promotie had misgelopen, zij voor onrust in het bedrijf zorgde en dat dit de reden was om de arbeidsovereenkomst met haar op initiatief van Save More te beëindigen. Zij bestrijdt dat zij “kwaad sprak” over [werknemer], noch dat zij potentiële werkgevers heeft gewaarschuwd dat het gaat om een lesbische vrouw.
2.3.
Bij mondeling vonnis van 14 maart 2017 is [werknemer] opgedragen haar stellingen te bewijzen. Nadat partijen geen minnelijke overeenstemming hebben bereikt zijn in enquête en contra-enquête getuigen gehoord.
2.4.
De door [werknemer] gehoorde getuigen concentreren zich, vrijwel zonder uitzondering, op een gesprek dat heimelijk is opgenomen (maar verloren is gegaan) en waarbij een vriendin van [werknemer], de getuige [getuige 1], zich heeft voorgedaan als potentiële werkgever van zowel [werknemer] als haar (toenmalige) levenspartner [toenmalige levenspartner van werknemer]. Zij heeft contact gezocht met de manager, tevens bestuurder van Save More, [manager en bestuurder Save More], en in dat gesprek heeft die volgens deze getuigen verklaard dat [werknemer] lui was en voor problemen zorgde. Getuigen die de opname hebben gehoord hebben zich in soortgelijke zin uitgetalen. Ook heeft [manager en bestuurder Save More] volgens deze getuigen telkens aan het einde van het gesprek gezegd, zonder dat het hem gevraagd werd, dat [werknemer] en [toenmalige levenspartner van werknemer] een stel waren. [manager en bestuurder Save More], die zelf ook als getuige is gehoord, heeft verklaard dat onrust was ontstaan rond [werknemer] en dat hij “mogelijk” heeft gezegd dat zij en [toenmalige levenspartner van werknemer] een stel vormden, maar dan slechts indien daarnaar uitdrukkelijk was gevraagd.
2.5.
De vraag die in deze procedure moet worden beantwoord is, of Save More zich niet heeft gedragen overeenkomstig de norm van het goed werkgeverschap. Daarvoor is het volgende van belang. Vaststaat dat [werknemer] (en ook [toenmalige levenspartner van werknemer]) op initiatief van Save More het bedrijf heeft verlaten en dat zij een standaard getuigschrift meekreeg. Voor een nieuwe werkgever is het van belang dat die informatie krijgt die gewicht in de schaal legt bij de beoordeling van het aangaan van een arbeidsovereenkomst met een nieuwe werknemer. Uit het feit dat save More het initiatief had genomen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst had [werknemer] al kunnen afleiden dat die beëindiging een rol zou kunnen spelen bij het geven van een referentie. [manager en bestuurder Save More] heeft verklaard dat [werknemer] voor onrust zorgde en dat is op zich door haar niet (gemotiveerd) bestreden, zodat die gegeven informatie niet onjuist is.
Het op eigen initiatief verschaffen van informatie over de seksuele geaardheid van een werknemer is in beginsel niet relevant voor een nieuwe werkgever (mogelijke uitzonderingen daargelaten). Indien dergelijke informatie toch actief wordt verschaft door de oude werkgever, kan dat onder omstandigheden leiden tot een schending van het goed werkgeverschap. Hierbij speelt een rol dat in de periode van de sollicitaties en daarna in Aruba een scherpe discussie bestond over de wettelijke positie van homoseksuele relaties. Een dergelijk ongevraagde mededeling kan in zo’n constellatie gevoelig zijn.
2.6.
Maar in het onderhavige geval deed zich de bijzonderheid voor dat de getuige [getuige 1] aan [manager en bestuurder Save More] heeft meegedeeld dat zij informatie inwon over zowel [werknemer] als [toenmalige levenspartner van werknemer]. In dat kader is het verschaffen van informatie over het bestaan van een relatie tussen de twee sollicitanten wel relevant - dat zou bij een echtpaar of heteroseksueel stel niet anders zijn. Verder valt op dat [manager en bestuurder Save More] de informatie sec heeft verstrekt zonder daaraan een waardeoordeel te koppelen. Daarmee is hij naar het oordeel van het Gerecht binnen de grenzen van het goed werkgeverschap gebleven.
2.7.
Omdat het verzoek om deze reden strandt, komt het Gerecht niet toe aan de vraag of daadwerkelijk schade is geleden zoals door [werknemer] is gesteld maar door Save More is bestreden.
2.8.
[werknemer] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
wijst het verzoek af;
veroordeelt [werknemer] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Save More begroot op Afl. 4.500,- (4,5 punten tarief IV);
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting op in aanwezigheid van de griffier.