ECLI:NL:OGEAA:2018:17

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 januari 2018
Publicatiedatum
23 januari 2018
Zaaknummer
676 van 2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:259 jo artikel 1:123 Wetboek van StrafrechtArt. 2:260 jo artikel 1:123 Wetboek van StrafrechtArt. 2:262 jo artikel 1:123 Wetboek van StrafrechtArt. 2:291 lid 2 jo lid 3 Wetboek van StrafrechtArt. 1:119 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen doodslag wegens onvoldoende bewijs

Op 5 januari 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van doodslag op 24 april 2016. De officier van justitie had een gevangenisstraf van achttien jaar geëist, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.

De tenlastelegging betrof het met een vuurwapen doden van het slachtoffer tijdens een overval, waarbij ook sprake was van diefstal met geweld en poging tot afpersing. Verdachte ontkende betrokkenheid vanaf het begin. Het bewijs tegen verdachte bestond voornamelijk uit een verklaring van een getuige, vijf weken na het incident, en een eenzijdige fotoherkenning.

Het gerecht oordeelde dat deze bewijsmiddelen onvoldoende waren omdat ze uit één bron afkomstig waren en niet ondersteund werden door andere onafhankelijke bewijzen. Bovendien was er sprake van tegenstrijdigheden met andere informatie in het dossier die naar een andere mogelijke dader wezen. Het gerecht concludeerde dat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat verdachte schuldig was en sprak hem vrij.

De dagvaarding was geldig, het gerecht bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk. De vordering tot gevangenneming werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan twee onafhankelijke bronnen ter ondersteuning van de getuigenverklaring.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
S T R A F V O N N I S
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in Venezuela,
wonende in [woonplaats],
thans alhier gedetineerd.

1.Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Figaroa.
De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd en vrijspraak bepleit.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:
1.
dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,
door met een pistool, althans een vuurwapen, een (of meer) kogel(s) in/op en/of in de richting van het hoofd en/of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] af te vuren, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden,
welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit,
te weten een diefstal met geweld (in vereniging) van een geldbedrag en een hoeveelheid drugs althans een poging diefstal met geweld en/of een poging afpersing,
en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
(artikel 2:260 jo Pro artikel 1:123 van Pro het Wetboek van Strafrecht)
en
dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met een pistool, althans een vuurwapen, een (of meer) kogel(s) in/op en/of in de richting van het hoofd en/ of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] af te vuren, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden,
(artikel 2:262 jo Pro artikel 1:123 van Pro het Wetboek van Strafrecht)
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen
dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met een pistool, althans een vuurwapen, een (of meer) kogel(s) in/op en/of in de richting van het hoofd en/ of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] af te vuren, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden,
(artikel 2:259 jo Pro artikel 1:123 van Pro het Wetboek van Strafrecht)
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen
dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een hoeveelheid drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader,
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd
van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer],
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader:
- een pistool, althans een vuurwapen heeft getoond en in die richting van en op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en gericht gehouden en
- die [slachtoffer] met een pistool, althans vuurwapen heeft geslagen en
- een pistool, althans een vuurwapen heeft doorgeladen en hiermee meerdere schoten heeft gelost in/op en/of in de richting van het hoofd en/of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer],
ten gevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer] is overleden;
(artikel 2:291 lid 2 jo Pro lid 3 van het Wetboek van Strafrecht)
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen
dat hij op of omstreeks 24 april 2016 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag en een hoeveelheid drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader:
- een pistool, althans een vuurwapen heeft getoond en in die richting van en op het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en gericht gehouden en
- die [slachtoffer] met een pistool, althans vuurwapen heeft geslagen en
- een pistool, althans een vuurwapen heeft doorgeladen en hiermee meerdere schoten heeft gelost in/op en/of in de richting van het hoofd en/of de hals, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer],
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
ten gevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer] is overleden;
(artikel 2:291 lid 2 jo Pro lid 3 jo artikel 1:119 van Pro het Wetboek van Strafrecht)

3.Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.
Bevoegdheid van het gerecht
Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Redenen voor schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4.Vrijspraak

Anders dan de officier van justitie en met de raadsman is het gerecht van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met een voldoende mate van zekerheid geconcludeerd kan worden dat verdachte de persoon is geweest die zich op 24 april 2016, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte], heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Het gerecht overweegt hiertoe als volgt.
Verdachte heeft van meet af aan verklaard niet betrokken te zijn geweest bij de overval en de doodslag op [slachtoffer]. Het belastende bewijs tegen verdachte bestaat uit de, 5 weken na het incident afgelegde, verklaring van de getuige [getuige 1] bij de politie. [getuige 1] heeft een omschrijving gegeven van verdachte en heeft hem na het afleggen van zijn verklaring herkend bij de politiewacht en daarna nogmaals bij een eenzijdige fotoconfrontatie.
Al dit bewijs is afkomstig uit een en dezelfde bron. Het vereiste bewijsminimum geeft uitdrukking aan het beginsel van de dubbele bevestiging, waarmee bedoeld is dat er steeds twee onafhankelijke bronnen moeten zijn om tot een bewezenverklaring te komen. Ook dient terughoudend te worden omgegaan met de herkenning van verdachte door [getuige 1] bij de enkelvoudige fotoherkenning, vanwege de zwakke zelfstandige bewijswaarde hiervan.
Het gerecht ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of de verklaring van en de herkenning door [getuige 1] in voldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Hiertoe wordt als volgt overwogen.
Er is geen ander wettig bewijsmiddel voorhanden dat de verklaring van [getuige 1] ondersteunt. Daar komt bij dat de verklaring van [getuige 1], voor zover inhoudende dat verdachte één van de daders is geweest, in strijd is met de CID –informatie, die juist wijst in de richting van Sanchez Ruiz. Uit het dossier blijkt dat Sanchez Ruiz op 24 april 2016 ook geblondeerd haar had en tatoeages heeft. Het verbaast het gerecht dat het rechercheteam nagelaten heeft om nader onderzoek te verrichten naar Sanchez Ruiz, als mogelijke dader.
Alles overwegende is het gerecht van oordeel dat niet is voldaan aan het wettige bewijsminimum. Evenmin kan een alternatief scenario als onaannemelijk terzijde worden geschoven. Aldus is niet buiten redelijk twijfel komen vast te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd. Deze twijfel moet in het voordeel van de verdachte gelden, zodat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

5.Beslissing

Het gerecht:
5.1
verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
5.2
wijst af de vordering tot gevangenneming van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 5 januari 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.