Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
(…).
(…).
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiser trad op 1 november 2013 in dienst van het Land Aruba met een arbeidsovereenkomst voor de duur van het Kabinet Eman II, die van rechtswege eindigde bij het aftreden van dat kabinet. Ondanks het einde van de regeerperiode heeft eiser zijn werkzaamheden voortgezet tot 31 januari 2018 en loon ontvangen. Het Land heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn van één maand, ingaande 31 december 2017.
Eiser vordert in kort geding herstel van zijn dienstbetrekking en betaling van loon, stellende dat de opzegging onaanvaardbaar is en niet voldoet aan redelijkheid en billijkheid. Het Gerecht oordeelt dat de arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn als een mondelinge overeenkomst voor onbepaalde tijd geldt, waarop de eisen van redelijkheid en billijkheid bij opzegging van toepassing zijn.
Het Land heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser werd ontslagen en heeft geen schadevergoeding aangeboden. Gezien de leeftijd van eiser en de moeilijkheid om ander passend werk te vinden, is de opzegging voorlopig onaanvaardbaar. Het Gerecht veroordeelt het Land tot herstel van de dienstbetrekking met terugwerkende kracht tot 1 februari 2018 en betaling van het loon, totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist. Tevens wordt een afkoopsom van Afl. 16.500,-- bruto vastgesteld als passende beëindigingsvergoeding, met een dwangsom bij niet-nakoming.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot herstel van de dienstbetrekking met terugwerkende kracht en betaling van loon, met mogelijkheid tot beëindiging tegen een afkoopsom van Afl. 16.500,--.