ECLI:NL:OGEAA:2018:117

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
7 maart 2018
Publicatiedatum
19 maart 2018
Zaaknummer
A.R. 2352 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over niet correcte oproeping voor conclusie van dupliek in consignatieovereenkomst

De zaak betreft een vordering van de Tropische Bottelmaatschappij van Aruba N.V. (TBA) tegen gedaagde wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen uit een consignatieovereenkomst van 14 april 2015. TBA vordert betaling van een factuur van Afl. 11.585,79 plus rente en incassokosten.

Gedaagde voert verweer dat niet hij, maar een stichting de Aruba Madness Foundation, partij is bij de overeenkomst en aansprakelijk is voor de betaling. Tijdens de procedure heeft gedaagde geen conclusie van dupliek genomen, waarop akte niet-dienen is verleend.

De rechter stelt echter vast dat gedaagde niet op de juiste wijze is opgeroepen voor de zitting van 24 januari 2018, de dag waarop de conclusie van dupliek moest worden ingediend. De oproeping vermeldde ten onrechte 14 januari 2018. Hierdoor is de akte niet-dienen ten onrechte verleend.

Het gerecht besluit daarom de zaak niet te behandelen op de rolzitting van 7 maart 2018, maar verwijst de zaak naar een nieuwe datum voor conclusie van dupliek. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar een nieuwe rolzitting voor conclusie van dupliek en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

Vonnis van 7 maart 2018
Behorend bij A.R. 2352 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
TROPISCHE BOTTELMAATSCHAPPIJ VAN ARUBA N.V.,
gevestigd in Aruba,
hierna ook te noemen: TBA,
gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,
tegen:
[Gedaagde],
wonende te Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in het incident tot vrijwaring van 14 juni 2017;
- het herstelvonnis in het incident van 21 september 2017;
- de conclusie van repliek, genomen op 8 november 2017.
[Gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.
Daarop is akte niet-dienen verleend.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Op 14 april 2015 heeft TBA een consignatieovereenkomst opgesteld.
2.1.1
Op de eerste pagina, onder het kopje “Activity Information” staat onder meer het volgende.
Activity Name: MMA april 25
Delivery Address: Don Mansur Ball Park
(…)
Mobile: [mobiel telefoonnummer]
2.1.2
Onder het kopje ”Payment Information” staat onder meer het volgende.
Person’s Name: [Gedaagde]
(…)
Mobile: [mobiel telefoonnummer]
2.1.3
Deze overeenkomst is door [Gedaagde] ondertekend
.
2.2
Op de factuur van 27 augustus 2015 ten bedrage van Afl. 11.585,79,--, die door TBA bij verzoekschrift is overgelegd, staat het volgende vermeld:
Sold To:
[Gedaagde],
Don Elias Mansur Ballpark
Oranjestad, Aruba
Aruba

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
TBA vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [Gedaagde] veroordeelt om aan TBA, te voldoen het bedrag van Afl. 11.585,79, vermeerderd met 1,5% rente per maand vanaf 4 mei 2016 tot aan de dag der algehele vergoeding, alsmede vermeerderd met 15% overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.737,87, met veroordeling van [Gedaagde] in de kosten van het geding.
3.2
TBA grondt de vordering erop dat [Gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting en dat zij in verband daarmee incassokosten heeft gemaakt.
3.3
[Gedaagde] voert verweer en concludeert dat TBA niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. [Gedaagde] voert aan dat niet zij, maar de stichting genaamd Aruba Madness Foundation (hierna: de stichting) een consignatie overeenkomst met TBA is aangegaan. [Gedaagde] erkent dat het gevorderde bedrag aan TBA verschuldigd is, maar is van mening dat de stichting, en niet zij, daarvoor aansprakelijk gehouden dient te worden.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op de rolzitting van 8 november 2017 is de zaak verwezen naar de rolzitting van 24 januari 2018 voor conclusie van dupliek. [Gedaagde] is toen ter zitting niet verschenen, en heeft evenmin gedupliceerd. Uit het dossier is echter nadien gebleken dat [Gedaagde] niet op de juiste wijze is opgeroepen voor de zitting van 24 januari 2018, zijnde de dag waarop zij schriftelijk op de inhoud van de conclusie van repliek diende te dupliceren. Immers, aan [Gedaagde] is bij brief van dit gerecht van 9 november 2017 medegedeeld dat zij ter terechtzitting van 14 januari 2018 een conclusie van dupliek kon nemen. Deze datum is niet juist. Dat had 24 januari moeten zijn. Er is dan ook ten onrechte akte niet-dienen verleend.
4.2
De zaak is ten onrechte verwezen naar de rolzitting van heden voor het wijzen van vonnis. Gelet op het feit dat [Gedaagde] niet op de juiste wijze is opgeroepen voor de rolzitting van 24 januari 2018, om op de inhoud van de conclusie van repliek te dupliceren, dient een nieuwe datum hiervoor te worden bepaald.
4.3
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 4 april 2018 om 08:30 uurvoor conclusie van dupliek zijdens [Gedaagde];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 maart 2018 in aanwezigheid van de griffier.