ECLI:NL:OGEAA:2017:925
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst kredietfaciliteit tussen ABN AMRO Bank en gedaagde
Tussen ABN AMRO Bank en gedaagde is op 24 november 2005 een kredietovereenkomst gesloten met een krediet van EUR 1.000,00. De bank stelt dat gedaagde het krediet niet volledig heeft afgelost en vordert betaling van EUR 1.838,38 plus rente en kosten. Gedaagde voert aan de kredietfaciliteit te hebben opgezegd voorafgaand aan emigratie en betwist ontvangst van sommatiebrieven.
De rechter oordeelt dat het formulier van de partner onvoldoende bewijs is voor opzegging door gedaagde zelf en dat het verlies van bewijsstukken voor haar risico komt. De ontvangst van sommatiebrieven kan niet worden vastgesteld vanwege onduidelijkheid over adres en postbezorging in Aruba, waardoor incassokosten worden afgewezen. De hoofdsom wordt niet betwist en toegewezen, evenals de contractuele rente van 7% vanaf 26 januari 2017.
De rechter wijst een betalingsregeling toe aan de deurwaarder en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitgesproken op 22 november 2017 door rechter Vanwersch.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van EUR 1.116,37 plus 7% rente vanaf 26 januari 2017, incassokosten worden afgewezen.