ECLI:NL:OGEAA:2017:898

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 november 2017
Publicatiedatum
14 november 2017
Zaaknummer
AUA201702408
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tot tijdelijk verblijf voor werkzaamheden bij Bashaka Services & Enterprises N.V.

Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, heeft een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd om als werknemer bij Bashaka Services & Enterprises N.V. te werken. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen op grond dat verzoeker als uitzendkracht zou werken en niet aannemelijk had gemaakt in eigen onderhoud te kunnen voorzien. Tevens werd gesteld dat de functie niet overeenkomt met de bedrijfsdoelstellingen van de werkgever.

Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en verzocht het gerecht om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij tijdens de bezwaarprocedure in Aruba kon verblijven en zijn werkzaamheden kon voortzetten. Het gerecht oordeelde dat verweerder zich ten onrechte had gebaseerd op het standpunt dat de functie niet overeenkomt met de bedrijfsdoelstellingen, aangezien Bashaka Services & Enterprises N.V. als bedrijfsdoelstelling onder meer schoonmaakwerkzaamheden heeft en een vergunning bezit.

Verder bleek uit de arbeidsovereenkomst en salarisstroken dat verzoeker een voltijds dienstverband heeft bij de werkgever, die geen uitzendbureau is. Daarom kon de afwijzing op grond van vermeend uitzendwerk en onvoldoende middelen van bestaan naar voorlopig oordeel geen stand houden. Het gerecht bepaalde dat verzoeker behandeld wordt alsof hij een geldige vergunning heeft totdat op het bezwaar is beslist en gelastte terugbetaling van het griffierecht.

Uitkomst: Verzoeker mag tijdens bezwaarprocedure tijdelijk verblijven en werken bij Bashaka Services & Enterprises N.V.

Uitspraak

Uitspraak van 6 november 2017
AUA201702408
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[verzoeker], van Venezolaanse nationaliteit,
verblijvend in Aruba,
VERZOEKER,
procederend in persoon,
gericht tegen:
de minister van Infrastructuur, Ruimtelijke Ontwikkeling en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. J.M. Harewood (DIMAS).

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 16 augustus 2017 heeft verweerder een verzoek van verzoeker om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen om als
pool attendantbij bij Bashaka Services & Enterprises N.V. werkzaam te zijn afgewezen.
Op 24 augustus 2017 heeft verzoeker daartegen bezwaar gemaakt.
Op 12 september 2017 heeft verzoeker het gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2017, waar verzoeker in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, zijn verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid kan, ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
2.2
Aan de afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat verzoeker niet heeft aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken om in het eigen onderhoud te voorzien. Daartoe heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de beoogd werkgever van verzoeker een uitzendbureau is en hij het beleid voert dat aan buitenlandse arbeidskrachten slechts een verblijfsvergunning wordt verleend om in een specifieke functie bij een werkgever werkzaam te zijn, om aldus te garanderen dat door betrokkenen een minimuminkomen wordt genoten. Verder komt de verzochte functie van
pool attendantniet overeen met de doestellingen van de beoogd werkgever van verzoeker, aldus verweerder.
2.3
Met het verzoek beoogt verzoeker te bewerkstelligen dat het hem wordt toegestaan om, hangende de behandeling van het tegen de beschikking van 16 augustus 2017 ingediende bezwaarschrift, hier te lande te verblijven en de werkzaamheden voor Bashaka Services & Enterprises N.V. voort te zetten. Aan het verzoek heeft verzoeker onder meer ten grondslag gelegd dat het afgewezen verzoek strekte tot verlening van een derde opeenvolgende vergunning om in de desbetreffende functie voor dezelfde werkgever werkzaam te zijn. Met deze werkgever heeft hij sinds juli 2015 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, met een vast maandsalaris. Deze werkgever is voorts geen uitzendbureau, maar heeft als bedrijfsdoelstelling onder meer het uitoefenen van een schoonmaak- en onderhoudsbedrijf, waarvoor aan haar tevens een vergunning is verleend, aldus verzoeker. Verzoeker heeft in dit verband verwezen naar een aan deze onderneming gelieerde onderneming, Bashaka All Services, aan welke onderneming vergunning is verleend krachtens de Landsverordening terbeschikkingstelling arbeidskrachten.
2.4
Bij beschikking van 18 juli 2016 heeft verweerder aan verzoeker vergunning tot tijdelijk verblijf verleend om als
pool attendantbij Bashaka Services werkzaam te zijn, welke vergunning een geldigheidsduur had van 2 juli 2016 tot 2 juli 2017. De afwijzing is aldus gegeven op een verzoek om verlenging van voormelde vergunning tot tijdelijk verblijf. Uit een door verzoeker overgelegd uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid van 23 augustus 2017 valt voorts af te leiden dat Bashaka Services & Enterprises N.V. sedert 12 maart 2012 in dat register is ingeschreven en onder meer als bedrijfsdoelstelling heeft het reinigen van zwembaden. Dat brengt met zich dat verweerder zich naar voorlopig oordeel bij de beschikking van 16 augustus 2017 ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verzochte functie van
pool attendantniet overeen komt met de bedrijfsdoelstellingen van Bashaka Services & Enterprises N.V.
Uit een door verzoeker overgelegde arbeidsovereenkomst tussen hem en Bashaka Services & Enterprises N.V., waarbij tussen partijen is overeengekomen dat verzoeker met ingang van 2 juli 2015 als
pool attendantbij die onderneming werkzaam zal zijn, bezien in samenhang met door verzoeker overgelegde salarisstroken betreffende de periode van december 2016 tot en met september 2017, waarop telkens is vermeld dat verzoeker 36-urige werkweek heeft, valt voorts af te leiden dat verzoeker een voltijds dienstverband heeft bij Bashaka Services & Enterprises N.V.
Onder deze omstandigheden zal de afwijzing, gegrond op het standpunt dat verzoeker als uitzendkracht werkzaam zal zijn en om die reden niet aannemelijk heeft gemaakt zelf in zijn onderhoud te kunnen voorzien, naar voorlopig oordeel in bezwaar geen stand houden. Gelet hierop, bestaat aanleiding tot het treffen van na te melden voorziening.
2.5
Voor een proceskostenveroordeling bestaat in een voorlopigevoorziening-procedure geen wettelijke grondslag.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
 bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker, [verzoeker], van Venezolaanse nationaliteit, voor de toepassing van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering wordt behandeld als ware hij in het bezit van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf om werkzaam te zijn voor Bashaka Services & Enterprises N.V., totdat is beslist op het door hem tegen de beschikking van verweerder van 16 augustus 2017 gemaakte bezwaar;
 gelast dat het door verzoeker gestorte griffierecht ten bedrage van Afl. 25,-- aan hem wordt teruggestort.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2017, in aanwezigheid van de griffier.