Uitspraak
1.DE PROCEDURE
DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer trad op 1 juli 2013 in dienst bij Van den Broek Construction tegen een uurloon van Afl. 15,00. Vanaf 1 november 2016 stopte de werkgever met het betalen van het salaris. Ondanks aanmaningen in januari 2017 bleef betaling uit, waarop de werknemer op 6 februari 2017 ontslag op staande voet nam wegens deze dringende reden.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris over 14 weken, loon over de opzegtermijn, cessantia en vertragingsrente. De werkgever erkende gedeeltelijk het achterstallige loon, maar betwistte de dringende reden voor ontslag op staande voet en daarmee de verplichting tot betaling over de opzegtermijn en cessantia.
De rechter oordeelde dat het niet tijdig betalen van loon een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. De werkgever is daardoor schadeplichtig en moet het achterstallige loon, loon over de opzegtermijn en cessantia betalen. De vertragingsrente werd gematigd tot 15% vanwege financiële omstandigheden. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van in totaal Afl. 11.600,00 bruto en Afl. 1.650,00 netto aan rente, alsmede de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, loon over opzegtermijn, cessantia en vertragingsrente.