Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beschikking van de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie betreffende een vergunningaanvraag voor tijdelijk verblijf van een inwonende dienstbode. Nadat het bestuursorgaan niet tijdig op het bezwaar had beslist, dienden appellanten een beroepschrift in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Het gerecht oordeelde dat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn van acht weken was ingediend. Appellanten kregen de gelegenheid om aannemelijk te maken dat het beroepschrift zo spoedig mogelijk was ingediend, maar zij stelden dat het binnen de termijn was ingediend en maakten geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van de toepasselijke artikelen van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.