Uitspraak
EL GAUCHO RESTAURANT,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer trad op 18 januari 2000 in dienst bij Baires N.V. als kok met een gemiddeld maandloon van Afl. 3.750,--. Op 25 april 2017 werd hij op staande voet ontslagen, met als reden dat hij voor de vierde maal een schriftelijke waarschuwing had ontvangen. De werknemer betwistte dat dit een geldige dringende reden was.
Het Gerecht oordeelde dat het enkele feit van een vierde schriftelijke waarschuwing niet automatisch een dringende reden voor ontslag oplevert. De toetsing van een dringende reden vereist een integrale beoordeling van alle omstandigheden, wat bij een overeengekomen ontslag niet of onvoldoende kan plaatsvinden. Daarom werd het ontslag als onregelmatig beschouwd.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan vier maanden loon (Afl. 15.000,--) wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn, en tot betaling van cessantia van Afl. 17.578,13. De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag werd afgewezen omdat onvoldoende feitelijke grondslag werd aangevoerd en de werknemer na drie maanden elders in dienst trad.
De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten van de werknemer. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is onregelmatig en werkgever moet schadevergoeding en cessantia betalen.