ECLI:NL:OGEAA:2017:79
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke verblijfsvergunning inwonende dienstbode
Verzoekers, beiden van Venezolaanse nationaliteit en woonachtig in Aruba, verzochten om een voorlopige voorziening nadat de minister van Infrastructuur, Ruimtelijke Ontwikkeling en Integratie het verzoek van verzoekster sub 2 om een tijdelijke verblijfsvergunning als inwonende dienstbode bij verzoeker sub 1 had afgewezen.
Verzoekers stelden dat verzoekster sub 2 al ruim zes jaar in Aruba werkzaam was als inwonende dienstbode en dat zij zonder vergunning inkomsten zou verliezen en een verblijfsgat zou ontstaan, wat naturalisatie zou belemmeren. Verweerder voerde aan dat verzoekster sub 2 niet had aangetoond over voldoende middelen te beschikken en dat het beleid een minimuminkomen van de werkgever vereist.
Het gerecht oordeelde dat verzoekster sub 2 niet aannemelijk had gemaakt dat zij bij verwijdering naar haar land van herkomst gevaar loopt en dat het spoedeisend belang ontbrak om de voorlopige voorziening toe te kennen. Tevens erkende het beleid dat een vreemdeling die eerder was toegelaten een jaar de beslissing in Aruba mag afwachten zonder nadelige gevolgen.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.