ECLI:NL:OGEAA:2017:726

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 september 2017
Publicatiedatum
20 september 2017
Zaaknummer
E.J. 263 van 2017 / AUA201700731
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Huurcommissieverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing Huurcommissie wegens overschrijding termijn

Appellant, die tevens werkgever is van geïntimeerde, huurde woonruimte aan geïntimeerde. Geïntimeerde diende bezwaar in bij de Huurcommissie tegen de huurprijs. De Huurcommissie deed uitspraak op 17 januari 2017, welke op 20 januari 2017 per post aan appellant werd bezorgd.

Appellant ontving de beschikking op 3 februari 2017 en diende op 9 februari 2017 beroep in tegen deze beslissing. Het Gerecht onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep, aangezien de beroepstermijn van openbare orde is.

De beroepstermijn liep tot en met 3 februari 2017, de dag waarop appellant de beschikking aantrof. Omdat het beroep pas op 9 februari werd ingediend, is het te laat. Appellant, bijgestaan door een gemachtigde, wordt geacht kennis te hebben van de trage postbezorging en had zelf tijdig moeten informeren.

Het Gerecht verklaart appellant niet ontvankelijk en veroordeelt hem in de proceskosten, begroot op 2.500 gulden aan salaris gemachtigde. Een inhoudelijke beoordeling van het verzoek vindt niet plaats.

Uitkomst: Appellant wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Beschikking van 5 september 2017
Behorend bij E.J. 263 van 2017 / AUA201700731
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[appellant],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [appellant],
gemachtigde: advocaat mr. C.B.A. Coffie,
tegen:
[geïntimeerde],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [geïntimeerde],
gemachtigde: advocaat mr. A.M.N. Thijsen.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [appellant];
- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [geïntimeerde];
- de aantekeningen van de griffier van de behandeling ter zitting van 13 jun i 2017.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2.HET GESCHIL EN DE BEOORDELING

2.1 [
Geïntimeerde] heeft van [appellant] woonruimte gehuurd. [Appellant] is ook zijn werkgever.
2.2
Op 19 september 2016 heeft [geïntimeerde] zich gewend tot de Huurcommissie omdat hij het niet eens was met de huurprijs. Op maandag 19 december 2016 is het bezwaar van [geïntimeerde] door de Huurcommissie behandeld. [appellant] is hiervoor bij brief van 28 november 2016 uitgenodigd. Hij is niet verschenen.
2.3
Op 19 januari 2017 heeft de gemachtigde van [appellant] zich gewend tot de Huurcommissie, en hij verzoekt om toezending van de beslissing - zo die beschikbaar komt. De beschikking was echter al op 17 januari 2017 gegeven en is op 20 januari 2017 ter post bezorgd. Ter zitting heeft [appellant] verklaard dat hij een postbus heeft en de beschikking daarin op 3 februari 2017 aantrof. De gemachtigde heeft vervolgens op 9 februari 2017 het beroepschrift ingediend.
2.4
Het Gerecht ziet zich eerst geplaatst voor de vraag of [appellant] in zijn beroep tegen de beslissing van de Huurcommissie kan worden ontvangen. De beroepstermijn tegen de uitspraak van de Huurcommissie is van openbare orde, die door het Gerecht ambtshalve moet worden toegepast. Het Gerecht zal dus moeten onderzoeken of het beroep van [appellant] ontvankelijk is, ondanks dat [geïntimeerde] op dat punt geen verweer heeft gevoerd.
2.5
De uitspraak van de Huurcommissie dateert van 17 januari 2017, die bij brief van diezelfde datum ter kennis is gebracht van partijen. [Appellant] heeft de enveloppe waarbij de beslissing aan hem is toegestuurd overgelegd, waaruit blijkt dat die op 20 januari 2017 ter post is bezorgd. Op dat moment was de termijn als bedoeld in art. 5 van Pro de huurcommissieverordening nog niet verstreken, nu die liep tot en met 31 januari 2017. Hoewel het Gerecht de dagtekening van de kennisgeving van de beslissing niet zonder meer als doorslaggevend beschouwd, moet 20 januari 2017 wel als kenbaar moment van kennisgeving worden beschouwd. Dat betekent dat de beroepstermijn liep tot en met 3 februari 2017, zijnde de dag waarop [appellant] stelt de beschikking te hebben ontvangen, althans de dag dat hij zijn postbus leegde en de beschikking daarin aantrof. [appellant] heeft er geen verklaring voor gegeven waarom hij eerst op 9 februari 2017 beroep heeft ingesteld, anders dan dat hij is uitgegaan van de datum van ontvangst van de uitspraak van de Huurcommissie. Het Gerecht constateert echter dat art. 5 van Pro de Huurcommissieverordening niet uitgaat van de ontvangsttheorie.
2.6
Nu [appellant], die door een gemachtigde werd bijgestaan, geacht wordt kennis te hebben van de trage postbezorging in Aruba en hij in staat moet zijn geweest zelf te informeren naar de beslissing van de Huurcommissie en dat zo nodig te herhalen, is er geen reden om hem op dat punt verder tegemoet te komen. Bovendien had hij aanstonds na ontvangst van de uitspraak beroep kunnen instellen, maar ook dat heeft hij nagelaten. Dit betekent dat [appellant] niet ontvankelijk moet worden verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek komt het Gerecht dan niet toe.
2.7 [
appellant] zal in de kosten van het geschil worden veroordeeld.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
verklaart [appellant] niet ontvankelijk in zijn verzoek;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [geïntimeerde] worden begroot op en Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 5 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.