ECLI:NL:OGEAA:2017:708

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 september 2017
Publicatiedatum
13 september 2017
Zaaknummer
GAZA nr. AUA201700146
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 LAArt. 89 LAArt. 97 LAArt. 98 LA
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken bevoegde besluitvorming directeur Volksgezondheid

Klaagster verzocht op 17 januari 2017 om benoeming tot Hoofd Veterinaire Dienst. Op 2 februari 2017 deelde de directeur van Directie Volksgezondheid mee dat zij niet benoemd zou worden. Klaagster diende op 24 februari 2017 bezwaar in tegen deze mededeling.

Het gerecht oordeelt dat de mededeling van de directeur geen voor beroep vatbare beslissing vormt, mede omdat deze niet door het bevoegde gezag is genomen. Hierdoor is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast overweegt het gerecht dat indien klaagster waarnemerstoelage wenst over de periode van haar waarneming, zij daarvoor een verzoek moet indienen, waarna zij eventueel bezwaar kan maken tegen een beschikking op dat verzoek.

De uitspraak is gedaan door de ambtenarenrechter W.J. Noordhuizen op 11 september 2017 en is openbaar uitgesproken. Partijen zijn bevoegd hoger beroep in te stellen binnen de wettelijke termijn.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de mededeling van de directeur wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen voor beroep vatbare beslissing is.

Uitspraak

Uitspraak van 11 september 2017
GAZA nr. AUA201700146
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar als bedoeld in
de Landsverordening Ambtenarenrechtspraak (LA) van
[klaagster],
wonende te Aruba,
KLAAGSTER,
gemachtigde: de advocaat mr. H.S. Croes,
tegen:

1.DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID,

2.DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
3.DE DIRECTEUR VAN DIRECTIE VOLKSGEZONDHEID,
zetelende te Aruba,
VERWEERDERS,
gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Bij brief van 17 januari 2017 heeft klaagster verzocht om haar te benoemen in de functie van Hoofd Veterinaire Dienst.
In een gesprek van 2 februari 2017 heeft de directeur van Directie Volksgezondheid klaagster medegedeeld dat zij niet zal worden benoemd in de functie van Hoofd Veterinaire Dienst.
Tegen deze mededeling heeft klaagster op 24 februari 2017 een bezwaarschrift ingediend.
De verweerders hebben op 13 juni 2017 stukken ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 19 juni 2017, alwaar zijn verschenen klaagster bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.
Uitspraak is bepaald op heden.
2.
OVERWEGINGEN
2.1
Ingevolge artikel 35, eerste lid van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) kan een bezwaarschrift worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen) ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, door een administratief orgaan genomen, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
2.2
Naar het oordeel van het gerecht kan de mededeling van de directeur van Directie Volksgezondheid van 2 februari 2017 niet worden aangemerkt als een voor beroep vatbare beslissing. Des temeer nu deze mededeling niet door het bevoegde gezag is gedaan. Het bezwaar dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.3
Voor wat betreft het bezwaar tegen de weigering om aan klaagster waarnemerstoelage toe te kennen overweegt het gerecht dat indien klaagster waarnemerstoelage wenst te ontvangen over de periode van haar waarneming zij daartoe een verzoek dient in te dienen. Hierna kan klaagster eventueel bezwaar maken tegen een beschikking op dat verzoek.

5.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 11 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).