ECLI:NL:OGEAA:2017:681
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging ouderlijk gezag en emigratie minderjarigen naar Verenigde Staten
De vader verzocht de rechtbank om hem het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen toe te kennen en toestemming om met hen naar de Verenigde Staten te verhuizen. Dit verzoek volgde eerdere afwijzingen door het gerecht en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. De vader stelde dat de omstandigheden sinds de laatste uitspraak waren gewijzigd, onder meer door zijn huwelijk en gezinsuitbreiding, en dat de moeder onverantwoordelijk gedrag vertoonde.
De moeder verzette zich tegen het verzoek en benadrukte haar liefde voor de kinderen en haar inzet voor hun welzijn. Zij gaf aan dat de oudste zoon al toestemming had om met de vader te emigreren. De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende nieuwe of gewijzigde omstandigheden had aangetoond die een wijziging van het gezag rechtvaardigen. De eerdere onderzoeken van de Voogdijraad en het Hof waren daarbij leidend.
Het verzoek om toestemming voor emigratie werd afgewezen omdat het belang van de minderjarigen en de moeder om in Aruba te blijven zwaarder woog. Alleen voor de oudste zoon, waarvoor de moeder al toestemming had gegeven, bestond geen belang meer bij het verzoek. De vader kreeg wel toestemming om kosteloos te procederen vanwege zijn financiële situatie.
De rechtbank verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn primaire verzoek en wees het subsidiaire verzoek af, waarmee de bestaande gezagsverdeling en verblijfsplaats gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het gezag en toestemming voor emigratie wordt afgewezen, behoudens toestemming voor de oudste zoon.