ECLI:NL:OGEAA:2017:664
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Hoger beroep
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen precariovergunning en factuur in bestuursrechtelijke procedure
Appellante, Aruba Hotel Enterprises N.V., maakte bezwaar tegen een factuur voor precarioheffing voor het innemen van strandgrond. Nadat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde appellante beroep in bij het gerecht. Verweerder stuurde nadien een brief waarin werd aangegeven dat bij betaling binnen 30 dagen een precariovergunning zou worden verleend.
Het gerecht oordeelde dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar tegen de factuur niet-ontvankelijk is omdat het gerecht daarvoor niet bevoegd is; deze zaken behoren tot de belastingrechter. Voor zover het beroep gericht was tegen de weigering van een precariovergunning, werd het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat de vergunningverlening inmiddels heroverwogen was en een nieuw beroep daartegen apart is ingediend.
De rechter stelde vast dat de brief van 19 augustus 2016 een beschikking is in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) en dat de brief van 30 januari 2017 een beschikking op bezwaar betreft. Het gerecht kon daarom niet inhoudelijk op het beroep beslissen en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.
Uitkomst: Het gerecht verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar en verklaart het overige beroep niet-ontvankelijk.