ECLI:NL:OGEAA:2017:656
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Hoger beroep
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens verleende tijdelijke verblijfsvergunning
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek van appellant sub 2 om een vergunning tot tijdelijk verblijf te verkrijgen om als directeur bij appellante sub 1 werkzaam te zijn. Nadat het bezwaar onbeantwoord bleef, is beroep ingesteld bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Verweerder heeft echter op 8 augustus 2016 aan appellant sub 2 de gevraagde vergunning verleend. Dit is als productie overgelegd in het verweerschrift. Gezien deze verlening hebben appellanten geen belang meer bij het beroep.
Het gerecht oordeelt daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is. Daarnaast is er geen wettelijke grondslag voor een veroordeling in de proceskosten, aangezien een niet-ontvankelijkverklaring geen aanleiding geeft tot vergoeding van schade op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak.
De uitspraak is gedaan op 21 augustus 2017 door rechter M.E.B. de Haseth tijdens een openbare terechtzitting. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na verlening van de vergunning.