Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
4.DE BESLISSING
met ingang van 9 mei 2017, als volgt:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De vader verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om een omgangsregeling vast te stellen met zijn minderjarige kinderen. Eerder was de omgang door de moeder gestaakt vanwege klachten van de kinderen over de behandeling bij vader thuis. De Voogdijraad voerde onderzoek uit en rapporteerde dat de tijdelijke omgangsregeling goed verliep en dat het in het belang van de kinderen is om omgang met hun vader te hebben.
Tijdens de zitting stemden beide ouders in met het advies van de Voogdijraad. De vader verzocht tevens rekening te houden met de vakantieperioden van de kinderen. Het gerecht overwoog dat omgang noodzakelijk is voor de identiteitsontwikkeling van de kinderen en dat er geen zwaarwegende belangen waren die omgang tegen zouden staan.
Het verzoek tot oplegging van een dwangsom aan de moeder werd afgewezen omdat dit de onderlinge verhoudingen en het belang van de kinderen zou kunnen schaden. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt.
De omgangsregeling bepaalt dat de vader de kinderen elke maandag en woensdag van 18:30 tot 20:00 uur bij de moeder thuis ophaalt en terugbrengt, en om de week van zaterdagavond 18:30 uur tot zondagavond 20:00 uur de kinderen bij zich heeft. De vakantieperioden worden gelijk verdeeld tussen vader en moeder.
Uitkomst: Er is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader de kinderen op maandag, woensdag en om de week in het weekend ziet, met een gelijke verdeling van vakantieperioden.