Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE BEOORDELING
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 20 juni 2017 een beschikking gegeven omtrent de vaststelling van kinderalimentatie tussen de vader en moeder van een minderjarige. De vader verzocht om een maandelijkse bijdrage aan kinderalimentatie vast te stellen, terwijl de moeder de behoefte van het kind op Afl. 855 per maand stelde en een bijdrage van Afl. 375 per maand van de vader vorderde.
Het gerecht hanteerde als uitgangspunt dat de gemiddelde kosten van verzorging en opvoeding voor een kind van deze leeftijd ongeveer Afl. 450 per maand bedragen, inclusief schoolkosten, kleding en recreatie. Daarnaast werden bijzondere kosten zoals naschoolse opvang en andere onbetwiste posten meegenomen, wat leidde tot een totale kostenraming van Afl. 714,85 per maand.
De draagkracht van beide ouders werd vastgesteld aan de hand van hun netto-inkomens en noodzakelijke vaste lasten. De moeder heeft een netto maandinkomen van circa Afl. 4.925,42 en noodzakelijke lasten van ongeveer Afl. 4.884,27, waardoor zij maandelijks circa Afl. 191,15 overhoudt. De vader heeft een netto maandinkomen van circa Afl. 3.747,96 en noodzakelijke lasten van circa Afl. 2.132,43, wat resulteert in een draagkracht van ongeveer Afl. 1.615,53.
Op basis van deze gegevens acht het gerecht een maandelijkse bijdrage van Afl. 375 door de vader passend en in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De beschikking bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten draagt en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 375 per maand aan kinderalimentatie met ingang van de beschikking.