ECLI:NL:OGEAA:2017:477
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling alimentatieverplichting voor meerderjarige schoolgaande zoon
De zaak betreft een verzoek van de moeder en de meerderjarige zoon tot vaststelling van een alimentatiebijdrage door de vader voor de kosten van verzorging en opvoeding van de zoon, die sinds 2017 meerderjarig is en een havo-opleiding volgt. De moeder stelt dat de vader zijn onderhoudsverplichting niet behoorlijk nakomt en verzoekt een bijdrage van Afl. 750 per maand.
Het gerecht oordeelt dat de zoon voor de periode voor zijn achttiende verjaardag niet zelfstandig een verzoek kan indienen en verklaart dat deel van het verzoek niet ontvankelijk. De ingangsdatum van de alimentatieverplichting wordt vastgesteld op 1 februari 2017, een maand na indiening van het verzoek.
De draagkracht van beide ouders wordt vastgesteld aan de hand van hun netto-inkomens en vaste lasten. De moeder houdt na hypotheeklasten ongeveer Afl. 907 per maand over, de vader na noodzakelijke lasten ongeveer Afl. 984. De kosten van de zoon zijn vastgesteld op Afl. 750 per maand, niet weersproken door de vader.
Gezien de draagkracht en de behoefte van de zoon acht het gerecht een bijdrage van Afl. 393 per maand door de vader passend. De betaling wordt vanaf februari 2017 aan de moeder gedaan, en vanaf april 2017 aan de zoon zelf. Het overige verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Vader moet vanaf 1 februari 2017 maandelijks Afl. 393 aan alimentatie betalen voor de meerderjarige zoon.