ECLI:NL:OGEAA:2017:348
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij schadevergoeding
Verzoeker heeft op 2 oktober 2016 een verzoek tot schadevergoeding ingediend bij de minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport. Na het uitblijven van een beslissing heeft verzoeker bezwaar gemaakt en vervolgens op 13 maart 2017 een voorlopige voorziening gevraagd bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de zitting op 24 april 2017 werd bevestigd dat het verzoek om een voorlopige voorziening uitsluitend strekte tot het verkrijgen van een beschikking op het oorspronkelijke verzoek van 2 oktober 2016. Het uitblijven van een beslissing werd op grond van artikel 9, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak gelijkgesteld met een afwijzende beschikking.
Het Gerecht oordeelde dat er geen spoedeisend belang was dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde, mede omdat het bezwaar tegen de fictieve afwijzing nog in behandeling was. De enkele verwijzing naar een eerdere uitspraak waarin spoedeisend belang werd aangenomen, was onvoldoende, zeker gezien het verschil in aard van de zaak (schadevergoeding versus verblijfsvergunning).
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.