ECLI:NL:OGEAA:2017:314
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing stiefouderadoptie in het belang van minderjarige ondanks gezagskwestie
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba behandelde het verzoek tot stiefouderadoptie van een minderjarige door zijn stiefvader. De procedure omvatte een rapport van de Voogdijraad en een zitting waarbij verzoeker, de moeder en de Voogdijraad aanwezig waren. De Voogdijraad adviseerde negatief vanwege het ontbreken van een authentiek motief en de mogelijke doorsnijding van de banden met de biologische vader.
De rechtbank constateerde dat de minderjarige sinds 2011 bij de stiefvader woont en dat er sprake is van een gezinsverband. De minderjarige heeft minimaal contact met zijn biologische vader en beschouwt de stiefvader als vaderfiguur. De vader was niet verschenen en voerde geen verweer, wat werd geïnterpreteerd als instemming met het verzoek.
Hoewel niet is vastgesteld dat de moeder alleen het gezag heeft over de minderjarige, wat een vereiste is volgens artikel 1:228 lid 1 sub f BW Pro, werd het verzoek niet afgewezen omdat de minderjarige inmiddels meerderjarig is geworden. De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige prevaleert en wees de adoptie toe, waarbij ook de achternaam van de stiefvader wordt aangenomen.
Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie wordt toegewezen omdat het in het kennelijk belang van de minderjarige is.