ECLI:NL:OGEAA:2017:274

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
18 april 2017
Publicatiedatum
24 april 2017
Zaaknummer
EJ nr. 37 van 2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:394 BWAArt. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie bijdrage door vader aan minderjarige

In deze zaak verzocht de Voogdijraad het gerecht om de man te veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage van 275 gulden voor de verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind, geboren uit de vrouw. De man betwistte zijn draagkracht en stelde dat hij vaste lasten en schulden had die zijn financiële ruimte beperkten.

Het gerecht stelde vast dat de man een netto maandsalaris van ongeveer 1.705 gulden ontvangt. Na aftrek van noodzakelijke vaste lasten, waaronder huur en schulden, resteert een bedrag van circa 342 gulden per maand. De moeder van het kind heeft geen inkomsten.

Gezien de draagkracht van de man en de behoefte van het kind achtte het gerecht een maandelijkse bijdrage van 200 gulden passend. De bijdrage wordt vastgesteld met ingang van 1 april 2017 en dient vooruitbetaald te worden aan de Voogdijraad. De beschikking is direct uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van 200 gulden per maand kinderalimentatie vanaf 1 april 2017.

Uitspraak

Beschikking van 18 april 2017
behorend bij EJ nr. 37 van 2017
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[de man],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen: de man,
in persoon.
Belanghebbende:
[de moeder], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 9 januari 2017;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 21 februari 2017, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig waren mr. M. Ras en mevrouw A. Flanders en dat de moeder en de man in persoon zijn verschenen.
  • de stukken zijdens de man, ingediend op 7 maart 2017.
De uitspraak is terstond gedaan.

2.DE FEITEN

Uit de moeder is op [geboortedatum] geboren de thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is niet erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de man tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 275,- ingaande 1 februari 2017 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt gesteld dat hij de verwekker is van de minderjarige en dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Ingevolge artikel 1:394 BWA Pro is de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
De draagkracht van de man
4.2
Blijkens de door de man overgelegde salarisslips bedraagt zijn loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 1.705,31 per maand.
4.3
De man voert als verweer aan dat zijn draagkracht ontoereikend is om een bijdrage in het levensonderhoud van de minderjarige te voldoen. Hij stelt dat hij schulden heeft bij de Island Finance ad Afl. 433,10 per maand en bij de CMB ad Afl. 468,- per maand. Het gerecht zal rekening houden met deze posten.
Verder stelt hij dat hij aan huur betaalt ad Afl. 925,- per maand. Verzoeker voert gemotiveerd verweer en stelt dat hij samen met een partner woont en hierdoor worden de huurkosten verdeeld in tweeën. Het gerecht volgt verzoeker in zijn verweer.
De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de man bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 1.363,60.
4.4
Uit het vorenstaande volgt dat de man maandelijks een bedrag overhoudt van Afl. 341,71 waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voldoen.
4.5
Gelet op de draagkracht van partijen (de moeder heeft geen inkomsten) en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de man te betalen bijdrage van Afl. 200,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 april 2016.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de bijdrage van [de man] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, uit de vrouw [de moeder] op Afl. 200,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, met ingang van 1 april 2017,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Aldus gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 18 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.