ECLI:NL:OGEAA:2017:268
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tussenkomst en voorlopige voorziening in erfrechtelijke procedure
In deze civiele zaak heeft de incidenteel eiser een vordering tot tussenkomst c.q. voeging ingesteld, stellende dat gedaagde sub 1 onrechtmatig gebruik zou maken van een volmacht die aan haar was gegeven. Het Gerecht oordeelt dat een gevolmachtigde optreedt namens een ander en zelf geen eigen partijbelang heeft aangetoond, waardoor de vordering wordt afgewezen.
Voorts is een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend door gedaagde sub 1, die zich beroept op een testament van 26 november 2015 waarin zij als erfgenaam wordt aangewezen. Het Gerecht erkent de geldigheid van het testament en bevestigt de familierechtelijke relatie van adoptie tussen gedaagde sub 1 en de overledene, waardoor zij bevoegd is de procedure voort te zetten. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete feiten die een dergelijk ingrijpen rechtvaardigen.
De hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting voor een conclusie van antwoord van gedaagde sub 1, waarna schriftelijke procedure zal volgen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden. Er wordt geen kostenveroordeling opgelegd gezien de familieverhouding tussen partijen.
Uitkomst: De vordering tot tussenkomst en het verzoek tot voorlopige voorziening worden afgewezen; de hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting.