ECLI:NL:OGEAA:2017:253

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 april 2017
Publicatiedatum
18 april 2017
Zaaknummer
EJ. nr. 2927 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning en inschrijving adoptie-uitspraak Grenada in Aruba

Verzoekers hebben bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot erkenning van een adoptie-uitspraak van de Supreme Court of Grenada van 23 juli 2015. De uitspraak betrof de adoptie van minderjarigen door verzoekers. Tevens is op 30 mei 2016 de naamswijziging van de minderjarigen door de Grenadaanse rechter vastgesteld.

De minderjarigen zijn sinds 8 september 2016 ingeschreven in het bevolkingsregister van Aruba als kinderen van verzoekers. Het verzoek strekte tot afgifte van een verklaring ex artikel 1:26 BW Pro dat de buitenlandse uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is gedaan en vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand.

Het gerecht toetste de erkenning aan drie criteria: internationale bevoegdheid van de buitenlandse rechter, behoorlijke rechtspleging en geen strijd met de openbare orde van Aruba. Uit de stukken en zitting bleek dat aan deze voorwaarden was voldaan. De moeder, hoewel opgeroepen, was niet verschenen. De ambtenaar van de burgerlijke stand adviseerde dat adoptie-uitspraak vatbaar is voor opname in het register.

Het gerecht besloot het verzoek toe te wijzen en verklaarde dat de adoptie-uitspraak van 23 juli 2015 rechtsgeldig is en kan worden opgenomen in het register van de burgerlijke stand van Aruba.

Uitkomst: Het gerecht erkent de adoptie-uitspraak van de Grenadaanse rechter en verklaart deze vatbaar voor opname in het register van de burgerlijke stand van Aruba.

Uitspraak

Beschikking van 11 april 2017
behorend bij EJ. nr. 2927 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[X] en [Y],
wonende in Aruba,
VERZOEKS, hierna: verzoekers,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[A],
[B],
de minderjarigen,
[Z],hierna de moeder, zonder bekende woonplaats in Grenada,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 28 november 2016,
- het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ingediend op 24 februari 2017;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 28 februari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekers in persoon. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Bij uitspraak van
The Supreme Court of Grenadavan 23 juli 2015, heeft de Grenadaanse rechter de adoptie uitgesproken van de minderjarigen door de verzoekers.
2.2
Bij uitspraak van
The Supreme Court of Grenadavan 30 mei 2016, heeft de Grenadaanse rechter bepaald dat de voornamen van de minderjarigen worden gewijzigd in een door de verzoekers gekozen voornamen voor de minderjarigen.
2.3
De minderjarigen zijn sinds 8 september 2016 ingeschreven in het bevolkingsregister van Aruba als zijnde kinderen van de verzoekers.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 23 juli 2015.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Een buitenlandse rechterlijke uitspraak komt voor erkenning in aanmerking als (1) de buitenlandse rechter op een internationaal aanvaarde grond bevoegd was tot kennisneming van de zaak, (2) het buitenlandse rechterlijke uitspraak tot stand is gekomen na een behoorlijke rechtspleging en (3) de erkenning van het rechterlijke uitspraak niet in strijd is met de Arubaanse openbare orde (vgl. HR 27 juni 2003, NJ 2004, 615).
4.3
Uit het verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken is gebleken dat aan de bovengenoemde drie eisen voor erkenning zijn voldaan. De Grenadaanse rechter was de rechter van de woonplaats van de minderjarigen, hetgeen ook naar internationale maatstaven een grond voor de rechterlijke bevoegdheid vormt. Voorts blijkt uit de Grenadaanse
Adoption Orderdat er sprake was van een behoorlijke procesgang, nu beide ouders deugdelijk waren opgeroepen en de relevante instantie
Child (Protection) Authorityterzake van het adoptieverzoek is gehoord. Tevens zijn er geen gronden aanwezig om aan te nemen dat de Grenadaanse uitspraak strijdig is met de Arubaanse openbare orde.
4.4
Volgens het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand is een adoptie naar zijn aard vatbaar voor opneming in een register van de Burgerlijke Stand.
4.5
Gelet op het vorenstaande zal het verzoek worden toegewezen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verklaart voor recht dat het vonnis van 23 juli 2015 van de rechter in
The Supreme Court of Grenada, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard voor opneming in een register van de burgerlijke stand vatbaar is.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 11 april 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.