ECLI:NL:OGEAA:2017:205

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 maart 2017
Publicatiedatum
30 maart 2017
Zaaknummer
A.R. 879 van 2012
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Comptabiliteitsverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over vrijwaring en persoonlijke aansprakelijkheid op grond van Comptabiliteitsverordening

In deze civiele procedure tussen het Land Aruba en een gedaagde staat centraal de vraag naar vrijwaring en persoonlijke aansprakelijkheid van de gedaagde op grond van artikel 31 van Pro de Comptabiliteitsverordening. Het Hof had in een eerder vonnis de vorderingen van een derde partij grotendeels toegewezen en de kwestie van vrijwaring terugverwezen naar het Gerecht in Eerste Aanleg.

Het Gerecht heeft partijen de gelegenheid gegeven hun stellingen aan te passen aan de overwegingen van het Hof, met bijzondere aandacht voor de persoonlijke aansprakelijkheid van de gedaagde. De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting op 26 april 2017 voor een conclusie van het Land, waarna de gedaagde zal reageren.

Het vonnis van 29 maart 2017 is gewezen door rechter J. Sap en bevat geen inhoudelijke beslissing over de vrijwaring, maar regelt het verdere verloop van de procedure.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere conclusies over vrijwaring en persoonlijke aansprakelijkheid.

Uitspraak

Vonnis van 29 maart 2017
Behorend bij A.R. 879 van 2012
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
te Aruba,
hierna ook te noemen: het Land,
gemachtigde: advocaat mr. C.F.K.J. Lejuez,
tegen:
GEDAAGDE,
te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigden: advocaten mr. A.A. Ruiz en I.R. Wever,

1.HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE IN VRIJWARING

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van het Gerecht van 24 juni 2015;
- het vonnis het Hof van 22 november 2016;
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.OVERWEGINGEN

2.1
In het vonnis van 22 november 2016 heeft het Hof in de hoofdzaak de vorderingen van Lee Tofanelli and Associates (LTA) (grotendeels) toegewezen. Voor wat betreft de vrijwaring heeft het Hof de zaak terugverwezen naar het Gerecht voor een beslissing op die vrijwaring.
2.2
Alvorens te beslissen wenst het Gerecht partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen, desgewenst, aan te passen aan hetgeen door het Hof is overwogen en beslist. Hierbij merkt het Gerecht op dat in de vrijwaring met name aandacht zal zijn voor de vraag of sprake is van persoonlijke aansprakelijkheid van [gedaagde] op grond van art. 31 van Pro de Comptabiliteitsverordening. Het Gerecht verzoekt partijen dan ook zich met name daarop te richten.
2.3
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

het Gerecht:
in de vrijwaring:
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 26 april 2017 voor een conclusie aan de zijde van het Land, waarna [gedaagde] mag reageren.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.