ECLI:NL:OGEAA:2017:188

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
15 maart 2017
Publicatiedatum
20 maart 2017
Zaaknummer
K.G. no. 307 van 2017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 huurovereenkomstArt. 10 huurovereenkomstArt. 555 RvArt. 556 RvArt. 557 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurder heeft geen verrekeningsbevoegdheid bij huurachterstand en ontruimingsvordering

Eiseres en gedaagde zijn een huurovereenkomst aangegaan voor een appartement tegen een maandelijkse huurprijs en voorschot op utiliteitskosten. Na hevige regenval stelde gedaagde eiseres aansprakelijk voor schade, maar betaalde vervolgens de huur en utiliteitskosten niet volledig.

Eiseres vordert ontruiming van het gehuurde wegens huurachterstand en verzoekt een dwangsom. Gedaagde erkent de huurachterstand maar beroept zich op verrekening van de schade met de huur.

De rechter oordeelt dat gedaagde niet bevoegd is tot verrekening omdat de huurovereenkomst dit uitsluit. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van vier weken, zonder dwangsom, en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Eiseres mag de deurwaarder inschakelen voor ontruiming zonder extra machtiging.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken en betaling van achterstallige huur, verrekening wordt afgewezen.

Uitspraak

Vonnis van 15 maart 2017
Behorend bij K.G. no. 307 van 2017
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
tussen:
Eiseres,
wonende in Aruba,
hierna ook te noemen: eiseres,
gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,
tegen:
Gedaagde,
wonende in Aruba, [adres], appartement,
hierna ook te noemen: gedaagde,
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 16 februari 2017;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 28 februari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen eiseres in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en gedaagde in persoon.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Partijen zijn op 1 oktober 2016 een huurovereenkomst aangegaan waarbij gedaagde van eiseres het appartement te [adres] huurt tegen een huurprijs van Afl. 850,- per maand. Tevens zijn partijen overeengekomen dat het voorschot op de utiliteitskosten Afl. 153,65 per maand bedraagt (cable Afl. 40,-, water Afl. 13,65 en elektra Afl. 100,-).
2.2
Artikel 1 van Pro de huurovereenkomst bepaalt: ‘
De huurprijs moet zonder enig korting of compensatie worden voldaan door huurder aan mevr. Eiseres, te [adres], East Oranjestad’.
2.3
Artikel 10 van Pro de huurovereenkomst bepaalt: ‘
Huurder (bewoner) dient voor eigen rekening zijn eigen inboedel te verzekeren tegen die gevaren die hij van belang acht. Verhuurder zal op geen enkele wijzen hoegenaamd aansprakelijk gesteld kunnen worden voor schaden door diefstal of anderszins welke zijn ontstaan of hebben plaats gevonden in het onroerend goed’.
2.4
Op 20 november 2016 heeft het heftig geregend. Bij brief van 8 december 2016 heeft gedaagde eiseres aansprakelijk gesteld voor de door hem daardoor geleden schade ten bedrage van Afl. 6.700,-.
2.5
Gedaagde heeft over de maand december, een gedeelte van januari en februari de huur niet meer correct betaald en heeft sinds 1 oktober 2016 de utiliteitskosten niet betaald.
2.6
Eiseres heeft bij brief van 2 februari 2017 gedaagde gesommeerd de huurachterstand (inclusief utiliteitskosten) ten bedrage van Afl. 3.878,56 te betalen en het gehuurde te ontruimen.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Eiseres vordert - uitvoerbaar bij voorraad – gedaagde te veroordelen het gehuurde binnen twee dagen te ontruimen op straffe van een dwangsom, met toestemming aan eiseres deze zelf te bewerkstelligen, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
3.2
Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.
3.3
Gedaagde erkent de huurachterstand maar beroept zich op verrekening.

4.DE BEOORDELING

4.1
Kern van het geschil betreft de vraag of de verzochte ontruiming, vooruitlopende op het oordeel van de bodemrechter, kan worden toegewezen.
4.3
Gedaagde is niet bevoegd de door hem gestelde schade te verrekenen met de verschuldigde huur. Artikelen 1 en 10 van de huurovereenkomst sluiten enige korting, compensatie of aansprakelijkheid uit. Gedaagde heeft nagelaten de huurprijs inclusief de utiliteitskosten correct te voldoen hetgeen tot gevolg heeft dat de verzochte ontruiming toegewezen kan worden, nu met voldoende mate van zekerheid geoordeeld kan worden dat de bodemrechter de huurovereenkomst bij deze huurachterstand zal ontbinden.
4.4
Voor het opleggen van een dwangsom ziet het gerecht geen aanleiding, nu eiseres zelf de ontruiming met behulp van de deurwaarder kan doen bewerkstelligen. De gevorderde dwangsom wordt om die reden afgewezen.
4.5
Uit het eerste lid van artikel 556 Rv Pro. volgt dat eiseres de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Eiseres heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft eiseres dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagde wordt betekend, en dat aan gedaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv Pro. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien gedaagde medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv Pro., waarin artikel 444 Rv Pro. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft eiseres geen belang bij de verzochte machtiging. Het gerecht zal de ontruimingstermijn bepalen op vier weken.
4.6
Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde de proceskosten van eiseres moeten vergoeden.

5.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- veroordeelt gedaagde om binnen vier (4) weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van eiseres zijn, en de sleutels af te geven aan eiseres;
- veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 230,25 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.