ECLI:NL:OGEAA:2017:109
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot benoeming grootmoeder als voogd over minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de grootmoeder moederszijde om benoemd te worden tot voogd over haar kleinkind, een minderjarige geboren in Aruba in 2015. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar verblijft illegaal in Aruba en kan daardoor de verblijfstatus van de minderjarige niet regelen.
De grootmoeder stelt dat de moeder vanwege haar illegale verblijfstatus niet in staat is het gezag effectief uit te oefenen en verzoekt daarom om voogdij. Het gerecht stelt vast dat de moeder het gezag wettelijk uitoefent en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij ongeschikt of onmachtig is om dit te doen.
Hoewel de moeder de verblijfstatus van de minderjarige niet kan regelen, acht het gerecht dit onvoldoende reden om het verzoek tot voogdij toe te wijzen. Op grond van artikel 1:295 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba kan voogdij slechts worden toegekend als het ouderlijk gezag ontbreekt of niet op wettige wijze is voorzien.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en de moeder blijft bevoegd gezagsdrager over de minderjarige. De beschikking is gegeven door rechter N.K. Engelbrecht op 14 februari 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van de grootmoeder als voogd over de minderjarige wordt afgewezen.