ECLI:NL:OGEAA:2016:909

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
14 december 2016
Publicatiedatum
10 januari 2017
Zaaknummer
A.R. no. 3082 van 2011
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting volmacht en toewijzing vordering wegens nietige beëindigingsovereenkomst

Eiseres en gedaagde zijn in geschil over de geldigheid van een beëindigingsovereenkomst d.d. 18 juni 2010. Gedaagde stelde dat een derde, de heer genoemd in het dossier, gemachtigd was deze overeenkomst namens eiseres aan te gaan. Het gerecht heeft deze stelling onderzocht en de getuigenverklaring van de heer gehoord.

De getuige voerde een algemene schriftelijke machtiging aan, maar kon deze niet overleggen en was onzeker over de reikwijdte ervan. De schriftelijke overeenkomst van 17 maart 2010 was door eiseres persoonlijk ondertekend, terwijl de getuige deze slechts voor gezien had. Er was geen bewijs dat de getuige gemachtigd was om namens eiseres de schikking van juni 2010 te sluiten.

Het gerecht concludeerde dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat de derde een toereikende volmacht had, noch dat gedaagde op grond van gedragingen mocht vertrouwen op een dergelijke volmacht. De betaling van Afl. 2.000,-- aan de derde werd niet in mindering gebracht op de vordering, omdat deze betaling eiseres niet had bereikt en geen rechtsgeldige titel had.

De oorspronkelijke overeenkomst van 17 maart 2010 bleef derhalve van kracht. Van het gevorderde bedrag werd Afl. 600,-- in mindering gebracht, omdat dit bedrag wel ter uitvoering van die overeenkomst was betaald. Daarnaast werden incassokosten en rente toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van Afl. 5.400,-- plus incassokosten en wettelijke rente, alsmede in de proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 5.400,-- met incassokosten en rente wegens ontbreken geldige volmacht voor beëindigingsovereenkomst.

Uitspraak

Vonnis van 14 december 2016
Behorend bij A.R. no. 3082 van 2011
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
Eiseres,
wonende te Aruba,
EISERES,
nader te noemen: Eiseres,
kosteloos procederend,
gemachtigde: mr. A.J. Swaen,
tegen
Gedaagde,
wonende te Aruba,
GEDAAGDE,
nader te noemen: Gedaagde,
kosteloos procederend,
gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena.

1.DE VERDERE PROCEDURE

Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis d.d. 21 oktober 2015. Bij dit vonnis werd Gedaagde in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat de heer [naam] was gemachtigd om de beëindigingsovereenkomst d.d. 18 juni 2010 namens Eiseres aan te gaan. Op 2 november 2016 is [naam] ten overstaan van het gerecht als getuige gehoord. Het vonnis werd bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
In zijn uitspraak van 16 september 2014 had het hof geoordeeld dat de bewijslast van de stelling dat [naam] gemachtigd was om de beëindigingsovereenkomst d.d. 18 juni 2010 namens Eiseres aan te gaan, op Gedaagde rust. Het gerecht zal thans beoordelen of Gedaagde is geslaagd in het bewijs van zijn stelling.
2.2
De heer [naam], als getuige gehoord, doet een beroep op een algemene schriftelijke machtiging die hij van Eiseres zou hebben gehad. De machtiging luidde, in de bewoordingen van de getuige, het namens haar rechtshandelingen te verrichten, maar niet specifiek over het ontvangen van gelden of het aangaan van schikkingen. De getuige zegt niet meer over die schriftelijke machtiging te beschikken en moet in zijn geheugen graven of die volmacht voor deze of een andere zaak was gegeven. Partijen hebben een zodanige schriftelijke machtiging niet overgelegd. De schriftelijke overeenkomst tussen partijen d.d. 17 maart 2010 (“Acuerdo di debe di daño y perhudicio”) werd door Eiseres persoonlijk ondertekend. [naam] heeft deze slechts “voor gezien” en dus niet namens Eiseres getekend. Gelet hierop, gelet op het ontbreken van een schriftelijke volmacht en gelet op de verklaring van [naam] dat hij geen contact heeft gehad met Eiseres over de schikking d.d. 18 juni 2010 (en Eiseres hem dus ook niet ad hoc heeft gemachtigd), acht het gerecht Gedaagde niet in het bewijs geslaagd dat [naam] over een volmacht beschikte die hem in staat stelde namens Eiseres de beëindigingsovereenkomst van 18 juni 2010 aan te gaan en te ondertekenen.
2.3
Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van het gerecht evenmin op goede grond de conclusie worden getrokken dat er sprake is van een situatie waarin Gedaagde op grond van een verklaring of gedraging van Eiseres redelijkerwijs heeft mogen aannemen dat [naam] een toereikende volmacht bezat. Dat [naam] wel bevoegd was om betalingen namens Eiseres in ontvangst te nemen, is daarvoor niet toereikend. Dit is van een veel minder vergaande aard dan het aangaan van een schikking die tot toekenning van een veel lager bedrag leidde dan waarvoor Eiseres nog betrekkelijk kort daarvoor (in persoon) had getekend. Aan de bevoegdheid geld te innen, kon Gedaagde dus niet gerechtvaardigd het vertrouwen ontlenen dat Eiseres [naam] had gemachtigd voor dat veel lagere bedrag te schikken.
2.4
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Gedaagde nog is gebonden aan de overeenkomst van 17 maart 2010. De vordering van Eiseres dient derhalve te worden toegewezen. De Afl. 2.000,-- die Gedaagde aan [naam] heeft betaald ter fine van de beeindigingsovereenkomst d.d. 18 juni 2010 zal op die vordering niet in mindering worden gebracht, nu deze betaling Eiseres niet heeft bereikt en daaraan geen rechtsgeldige titel ten grondslag lag.
2.5
Het eerder door Gedaagde aan [naam] betaalde bedrag ad Afl. 600,-- zal wel van het gevorderde worden afgetrokken, nu dat is betaald ter fine van de overeenkomst van 17 maart 2010, ook al heeft ook dit bedrag Eiseres nooit bereikt. Eiseres heeft haar vordering dienoveeenkomstig verminderd. Toewijsbaar aan hoofdsom is derhalve een bedrag groot Afl. 5.400,--. Tegen de gevorderde incassokosten is geen verweer gevoerd. Deze zullen conform het Procesreglement 2016 worden toegewezen naar rato van anderhalf punt van het liquidatietarief, dat wil zeggen in totaal Afl. 750,--.
2.6
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van Eiseres.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende:
Veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiseres van een bedrag groot Afl. 5.400,--, te vermeerderen met Afl. 750,-- aan buitengerechtelijke incassokosten en met de wettelijke rente vanaf 29 september 2011;
Veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure tot op heden begroot op Afl. 450,-- aan griffierechten (aan de griffier van het gerecht te betalen), Afl. 363,-- aan verschotten (eveneens aan de griffier van het gerecht te betalen) en Afl. 1.750,-- aan salaris gemachtigde (aan de advocaat van Eiseres te betalen).
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.