ECLI:NL:OGEAA:2016:909
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting volmacht en toewijzing vordering wegens nietige beëindigingsovereenkomst
Eiseres en gedaagde zijn in geschil over de geldigheid van een beëindigingsovereenkomst d.d. 18 juni 2010. Gedaagde stelde dat een derde, de heer genoemd in het dossier, gemachtigd was deze overeenkomst namens eiseres aan te gaan. Het gerecht heeft deze stelling onderzocht en de getuigenverklaring van de heer gehoord.
De getuige voerde een algemene schriftelijke machtiging aan, maar kon deze niet overleggen en was onzeker over de reikwijdte ervan. De schriftelijke overeenkomst van 17 maart 2010 was door eiseres persoonlijk ondertekend, terwijl de getuige deze slechts voor gezien had. Er was geen bewijs dat de getuige gemachtigd was om namens eiseres de schikking van juni 2010 te sluiten.
Het gerecht concludeerde dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat de derde een toereikende volmacht had, noch dat gedaagde op grond van gedragingen mocht vertrouwen op een dergelijke volmacht. De betaling van Afl. 2.000,-- aan de derde werd niet in mindering gebracht op de vordering, omdat deze betaling eiseres niet had bereikt en geen rechtsgeldige titel had.
De oorspronkelijke overeenkomst van 17 maart 2010 bleef derhalve van kracht. Van het gevorderde bedrag werd Afl. 600,-- in mindering gebracht, omdat dit bedrag wel ter uitvoering van die overeenkomst was betaald. Daarnaast werden incassokosten en rente toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van Afl. 5.400,-- plus incassokosten en wettelijke rente, alsmede in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 5.400,-- met incassokosten en rente wegens ontbreken geldige volmacht voor beëindigingsovereenkomst.