ECLI:NL:OGEAA:2016:854

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 november 2016
Publicatiedatum
5 januari 2017
Zaaknummer
E.J. nr. 2429 van 2016
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:271 BW ArubaArt. 1:272 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bekrachtiging voorlopige toevertrouwing en teruggave minderjarigen aan moeder

Het Openbaar Ministerie verzocht om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing van vier minderjarigen aan de Voogdijraad, nadat het gezag van de moeder was onttrokken. De moeder oefent het ouderlijk gezag alleen uit en de vader heeft één van de minderjarigen erkend.

Tijdens de mondelinge behandeling op 22 november 2016 bleek uit onderzoek dat een lichtere kinderbeschermingsmaatregel passend is. De moeder heeft hulp aanvaard, testte negatief op drugs, houdt zich aan afspraken en erkent de noodzaak van begeleiding. Op grond hiervan oordeelde het gerecht dat er geen gronden zijn voor voortzetting van de voorlopige toevertrouwing.

De vordering tot bekrachtiging werd daarom afgewezen en de minderjarigen werden teruggegeven aan de moeder. Tevens werd aan de ouders toestemming verleend om kosteloos te procederen vanwege hun onvermogen.

Deze beschikking werd gegeven op 29 november 2016 door rechter J. Sap in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Uitkomst: De vordering tot bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing werd afgewezen en de minderjarigen werden teruggegeven aan de moeder.

Uitspraak

Beschikking van 29 november 2016
behorend bij E.J. nr. 2429 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op vordering van
HET OPENBAAR MINISTERIE,
in Aruba,
vertegenwoordigd door de officier van justitie,
om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad
van de minderjarigen:
[sub 1],
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats],
[sub 2],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats], en
[sub 3],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats],
van wie de ouder is:
[moeder], de moeder,
wonende in Aruba, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart,
en om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad
van de minderjarige:
[sub 4],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], en
van wie de ouders zijn:
[moeder], de moeder,
wonende in Aruba, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart en
[vader], de vader,
wonende in Aruba, gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- de vordering ingediend op 29 september 2016,
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 22 november 20166, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad mevrouw V. Kelly en mevrouw A. Emanuel en de ouders van de minderjarigen in persoon.
De

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder zijn geboren de minderjarigen [sub 1], [sub 2] en [sub 3]. De minderjarigen zijn niet erkend. De minderjarigen [sub 4] is geboren uit een affectieve relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft de minderjarige erkend.De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over alle minderjarigen alleen uit.
2.2
Op 20 september 2016 heeft het openbaar ministerie de n aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing van een ouder kunnen leiden, kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd.
3.2
De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is.
3.3
Ingevolge artikel 1:272, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW Pro.
3.4
In dit geval is op 21 november 2016 door de Voogdijraad een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en een verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen ingediend bij het gerecht. Dit verzoek staat heden voor behandeling. Ter zitting van 22 november 2016 is door de officier van justitie en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad aangegeven dat uit onderzoek is gebleken dat een lichtere kinderbeschermingsmaatregel geïndiceerd is. Ter zitting is tevens gebleken dat de moeder hulp heeft aanvaard, zij negatief test op drugstesten, zij zich aan de afspraken houdt en inziet dat zij begeleiding nodig heeft. Gelet op verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat er geen gronden zijn voor voorlopige toevertrouwing van de minderjarigen. Gelet hierop zal de vordering worden afgewezen en teruggave van de n aan de moeder worden gelast.
3.5
Gelet op de door de moeder en de vader overgelegde bewijzen van onvermogen zal aan de moeder en de vader toestemming orden verleend om in deze zaak kosteloos te procederen.
3.6
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
verleent de moeder en de vader toestemming om in onderhavige zaak kosteloos te procederen,
wijst de vordering tot bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing af,
beveelt de teruggave van
- [ sub 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats], en
- [ sub 4], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
- [ sub 2], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] en
- [ sub 3], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats],
aan de moeder.
Deze beschikking is gegeven op 29 november 2016 door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.
Inhoudsindicatie
EJ. Bekrachtiging voorlopige toevertrouwing afgewezen.