ECLI:NL:OGEAA:2016:819

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
15 november 2016
Publicatiedatum
22 december 2016
Zaaknummer
E.J. no. 927 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 2 Huurcommissieverordening ArubaArt. 12 lid 4 Huurcommissieverordening Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging opzegging huurovereenkomst wegens noodzakelijke renovatie

In deze zaak heeft de appellant, huurder van een kamer in Aruba, beroep ingesteld tegen een beschikking van de huurcommissie die de verhuurder toestemming gaf de huurovereenkomst op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.

De mondelinge behandeling vond plaats zonder aanwezigheid van partijen. Het Gerecht stelde vast dat het beroep tijdig was ingesteld, mede omdat de huurder de beschikking pas na het verstrijken van de beroepstermijn had ontvangen en de verhuurder geen niet-verschoonbare termijnoverschrijding had gesteld.

De verhuurder had aangevoerd dat het gehuurde noodzakelijkerwijs gerenoveerd moest worden. De huurder had deze stelling niet betwist, waardoor het Gerecht vaststelde dat er een rechtmatig belang bestond voor beëindiging van de huurovereenkomst.

Daarom werd het beroep van de huurder ongegrond verklaard en de beschikking van de huurcommissie bevestigd. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat de verhuurder niet werd bijgestaan door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener.

Uitkomst: Het beroep van de huurder wordt ongegrond verklaard en de opzegging van de huurovereenkomst wegens noodzakelijke renovatie wordt bevestigd.

Uitspraak

Beschikking van 15 november 2016
Behorend bij E.J. no. 927 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING in de zaak van:
[X],
wonende in Aruba,
appellant,
hierna ook te noemen: [X],
procederend in persoon,
tegen:
[Y],
wonende in Aruba,
geïntimeerde,
hierna ook te noemen: [Y],
eveneens procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, met producties;
- het verweerschrift, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak.
1.2
Die behandeling heeft plaatsgevonden op 6 september 2016. Geen der partijen is toen verschenen.
1.3
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.HET BEROEP

2.1
Bij beschikking van de huurcommissie van 24 maart 2016, met kenmerk [kenmerk] (hierna: de beschikking), is aan [Y] toestemming verleend om de huurovereenkomst van [X] (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot de in Aruba te [adres] gelegen woning zijnde een kamer (hierna: het gehuurde) op te zeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden.
2.2
[X] heeft bij fax van 21 april 2016 (vooruitlopend op het op 22 april 2016 ingediende beroepschrift) beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [X] verzoekt dat het Gerecht de beschikking vernietigt, en het verzoek tot opzegging of beëindiging van de huurovereenkomst alsnog weigert.
2.3
[Y] voert verweer en concludeert - zo het Gerecht begrijpt - tot ongegrondverklaring van het door [X] ingestelde beroep en tot bevestiging van de beschikking.

3.DE BEOORDELING

3.1
Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 van Pro de Huurcommissieverordening, in verbinding met het vierde lid van artikel 12 daarvan Pro, stelt het Gerecht vast dat het beroep tegen de op 24 maart 2016 gedagtekende beschikking tijdig is ingesteld nu [X] onbestreden heeft gesteld dat hij de beschikking eerst na ommekomst van de beroepstermijn heeft ontvangen en [Y] in het licht daarvan niet heeft gesteld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Aldus is [X] ontvankelijk in zijn beroep.
3.2
[X] heeft de in het verweerschrift neergelegde stellingen van [Y] ter zake van noodzakelijke renovatie van het gehuurde niet nader bestreden. Vast komt daarom te staan dat het gehuurde aan noodzakelijke renovatie toe is en dat [Y] daarom een rechtmatig belang heeft bij beëindiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Eén en ander brengt met zich dat het beroep van [X] ongegrond zal worden verklaard onder bevestiging van de beschikking.
3.3
[X] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Y], tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [Y] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-verklaart het beroep van [X] ongegrond;
-bevestigt de beschikking van de huurcommissie van 24 maart 2016, met kenmerk [kenmwerk];
-veroordeelt [X] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Y], tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 november 2016.