ECLI:NL:OGEAA:2016:783

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 oktober 2016
Publicatiedatum
1 december 2016
Zaaknummer
LAR nr. 1245 van 2016
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 LARArt. 19 LARArt. 20 LARArt. 27 LARArt. 28 LAR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Appellant stelde bezwaar in tegen een hindervergunning verleend aan Windpark Urirama NV. Toen verweerder niet tijdig op het bezwaar besliste, stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Het beroep was echter te laat ingediend, nadat de wettelijke termijn van acht weken was verstreken.

Appellant voerde aan dat de termijn later zou zijn ingegaan, maar het gerecht oordeelde dat appellant de wettelijke bepalingen verkeerd had geïnterpreteerd en dat dit voor zijn eigen rekening kwam. Er waren geen gronden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

Daarom verklaarde het gerecht het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening van de beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen.

Uitspraak

Uitspraak van 24 oktober 2016
LAR nr. 1245 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellant],
wonende in Aruba,
APPELLANT,
procederend in persoon,
gericht tegen:
de Minister van Justitie en Verslavingszorg,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. G.J.M. Sjiem Fat.

1.PROCESVERLOOP

Appellant heeft op 26 november 2015 bezwaar ingesteld tegen de hindervergunning die verweerder heeft verleend aan Windpark Urirama NV voor het plaatsen van windmolens te Urirama.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 31 mei 2016 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Op 12 juli 2016 heeft appellant schriftelijk de redenen aangegeven voor het indienen van zijn beroepschrift na de in artikel 27 lid 2 van Pro de Lar gestelde termijn.
Op 12 september 2016 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Uitspraak is hierna bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Het beroep strekt ertoe de fictieve beslissing op het bezwaar te vernietigen en te bepalen dat verweerder een reële beslissing zal nemen op het bezwaarschrift.
2.2
Verweerder stelt zich (primair) op het standpunt dat appellant niet-ontvankelijk is in zijn beroep omdat hij niet tijdig beroep heeft ingesteld tegen de bestreden beslissing.
2.3
Het gerecht overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 27 lid 2 van Pro de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift wanneer het betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, acht weken en gaat hij in op de dag waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.
2.4
Het bezwaarschrift is op 26 november 2015 ingediend. Met toepassing van artikelen 15, aanhef en onder sub a (twee weken), 19 leden 1 en 2 (acht weken) en 20, lid 1 van de LAR (zes weken), dient te worden aangenomen dat het bestuursorgaan op 18 maart 2016 in gebreke is geraakt tijdig op het bezwaarschrift te beslissen. De beroepstermijn is ingevolge artikel 27 lid 2 van Pro de LAR, op 12 mei 2016 verstreken. Het onderhavige beroepschrift is ingediend nadat de beroepstermijn is verstreken.
2.5
Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediende beroepschrift blijft blijkens artikel 28 lid 3 van Pro de LAR niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kan worden verlangd en het tegendeel daarvan niet blijkt.
Het betoog van appellant dat het bestuursorgaan op 22 april 2016 in gebreke was en hij vanaf die datum tot 17 juni 2016 in beroep kon gaan berust op een verkeerde lezing van de wet. Dat appellant de wettelijke bepalingen over de beroepstermijn verkeerd heeft geïnterpreteerd, is een omstandigheid die voor zijn rekening dient te blijven.
2.6
Dit brengt met zich mee dat het gerecht geen gronden ziet om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
2.7
Het beroep van appellant zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grondslag.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 24 oktober 2016, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).