ECLI:NL:OGEAA:2016:748
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Verzet
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis verzet kort geding omgangsregeling en uitreisverbod minderjarige
In deze zaak staat het verzet centraal tegen een eerder vonnis van 6 juli 2016 waarin een uitreisverbod voor de minderjarige werd opgelegd aan opposant en een voorlopige omgangsregeling werd vastgesteld.
Opposant stelde zich op het standpunt dat zij niet ontvankelijk was en dat de oorspronkelijke vorderingen van geopposeerde ongegrond waren. Geopposeerde verzocht bevestiging van het vonnis en kosteloos procederen.
Het Gerecht oordeelde dat opposant tijdig verzet had ingesteld en daarom ontvankelijk was. De overige ontvankelijkheidsverweren werden verworpen. Het spoedeisend belang van geopposeerde werd erkend. Vast stond dat opposant en de minderjarige zonder titel in Aruba verbleven, waardoor gegronde vrees bestond voor vertrek met de minderjarige naar het buitenland.
Het Gerecht achtte de woning van geopposeerde geschikt voor kortstondig verblijf van de minderjarige en verwierp het verzet tegen de omgangsregeling. Ook het verzet tegen het uitreisverbod werd ongegrond verklaard. De proceskosten werden gecompenseerd en geopposeerde kreeg verlof tot kosteloos procederen.
Het vonnis van 26 oktober 2016 bevestigt daarmee het eerdere vonnis en verklaart het verzet van opposant ongegrond.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en het vonnis van 6 juli 2016 wordt bevestigd.