Uitspraak
ARUBA HANDELMAATSCHAPPIJ N.V.,
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.DE VORDERING
Afl. 22.500,00 -/-
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
ATC heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] wegens niet-betaling van een bedrag van Afl. 139.621,36, bestaande uit privégebruik van een creditcard en aankopen op rekening. [gedaagde] erkent slechts een deel van de vordering, namelijk Afl. 105.131,94, en betwist de rest.
De rechtbank oordeelt dat het bewijs voor het betwiste deel van de vordering, met name de aankopen op rekening bij de Wholesale afdeling ter waarde van Afl. 34.489,42, onvoldoende is geleverd door ATC. Daarom wordt ATC toegestaan om middels getuigen bewijs te leveren. Het gerecht stelt een getuigenverhoor vast op 21 november 2016.
Partijen worden opgeroepen om op de zitting te verschijnen, waarbij [gedaagde] persoonlijk aanwezig moet zijn en ATC vertegenwoordigd door een bevoegde persoon. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van het bewijs. Het vonnis is uitgesproken op 26 oktober 2016 door rechter M. Schoemaker.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat ATC middels getuigen bewijs levert voor het betwiste deel van de vordering en houdt verdere beslissing aan.