ECLI:NL:OGEAA:2016:668

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 oktober 2016
Publicatiedatum
10 oktober 2016
Zaaknummer
B.B. no. 2081 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering geldlening wegens onvoldoende onderbouwing

Eiseres heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde tot betaling van een geldlening van Afl. 5.000,- vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Zij stelt dat partijen een overeenkomst tot geldlening zijn aangegaan en dat gedaagde niet aan zijn terugbetalingsverplichting heeft voldaan.

Tijdens de procedure is eiseres in de gelegenheid gesteld om een conclusie van repliek in te dienen, maar zij is op de rolzittingen van 8 juni en 24 augustus 2016 niet verschenen en heeft geen repliek ingediend. Tegen haar is akte niet-dienen van repliek verleend.

Het gerecht neemt aan dat eiseres op de hoogte was van deze mogelijkheid, aangezien zij het tussenvonnis persoonlijk heeft opgehaald. Omdat eiseres haar vordering niet met verifieerbare stukken heeft onderbouwd, wordt de vordering afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op Afl. 500,- ten behoeve van de gemachtigde van gedaagde.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de geldlening wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

Vonnis van 5 oktober 2016
Behorend bij B.B. no. 2081 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
Eiseres,
wonende te Aruba, [adres],
hierna ook te noemen: [eiseres],
procederend in persoon,
tegen:
Gedaagde,
wonende te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.

1.DE VERDERE PROCEDURE

Het verloop van de verdere procedure blijkt uit het tussenvonnis van 11 mei 2016. Een kopie van dit vonnis is diezelfde dag door [eiseres] bij het gerecht opgehaald. De zaak is vervolgens verwezen naar de rolzitting van 8 juni 2016 voor conclusie van repliek. De zaak is eenmaal aangehouden en verwezen naar de rolzitting van 24 augustus 2016. [eiseres] is bij beide rolzittingen niet verschenen noch heeft zij een conclusie van repliek ingediend. Bij de rolzitting van 24 augustus 2016 is akte niet-dienen van repliek verleend aan [eiseres]. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN

2.1 [
eiseres] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te bevelen tot betaling van Afl. 5.000,- vermeerderd met 0.58 procent wettelijke rente per maand vanaf 24 oktober 2014 en vermeerderd met Afl. 750,- aan overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.
2.2 [
eiseres] grondt de vordering erop dat partijen een overeenkomst tot geldlening zouden zijn aangegaan en dat [gedaagde] haar terugbetalingsverplichting niet is nagekomen en dat de vordering opeisbaar is geworden.
2.3 [
eiseres] is bij tussenvonnis van 11 mei 2016 in de gelegenheid gesteld om op 8 juni 2016 een conclusie van repliek te nemen. Op deze rolzitting is [eiseres] niet verschenen. Op de rolzitting van 24 augustus 2016 is [eiseres] nogmaals niet verschenen en is tegen haar akte niet-dienen van repliek verleend. Het gerecht neemt aan dat [eiseres] ervan op de hoogte was dat zij in de gelegenheid is gesteld een conclusie van repliek te nemen aangezien [eiseres] het tussenvonnis van 11 mei 2016 in persoon bij de balie van het gerecht heeft opgehaald.
2.4
Nu [eiseres] – ondanks het gemotiveerde verweer van [gedaagde] – haar pretense vordering niet met verifieerbare stukken heeft geadstrueerd, wordt deze als niet dan wel onvoldoende feitelijk onderbouwd afgewezen. [eiseres] wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld, welke aan de zijde van [gedaagde] wordt begroot op Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
3.1
wijst de vordering af;
3.2
veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op Afl. 500,- (1 punt) aan salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.