ECLI:NL:OGEAA:2016:607
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot tijdelijke plaatsing kinderen bij vader wegens mishandeling
In deze kort geding procedure vordert de vader dat zijn minderjarige kinderen tijdelijk bij hem worden geplaatst totdat het politieonderzoek tegen de moeder en haar vriend is afgerond. Hij baseert zijn vordering op het vermoeden dat de moeder de kinderen mishandelt en dat haar vriend de kinderen onzedelijk betast.
De moeder ontkent de beschuldigingen en stelt dat de vader de kinderen tegen haar opstookt. Tijdens de zitting is een vertegenwoordiger van de Voogdijraad gehoord, die aangeeft dat er geen indicaties zijn dat de kinderen worden blootgesteld aan onzedelijkheden. Beide ouders kunnen onder invloed van hun onmacht de kinderen fysiek corrigeren, maar er lijkt geen sprake van mishandeling. De Voogdijraad heeft besloten een voorlopige ondertoezichtstelling aan te vragen.
De rechter heeft het onderzoeksrapport dat aan de ondertoezichtstelling ten grondslag ligt niet ontvangen. Gezien de voorlopige bevindingen van de Voogdijraad en de voorgenomen ondertoezichtstelling ziet de rechter geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen. De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot tijdelijke plaatsing van de kinderen bij de vader wordt afgewezen wegens onvoldoende aanleiding en lopende ondertoezichtstelling.