ECLI:NL:OGEAA:2016:563

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
30 augustus 2016
Publicatiedatum
2 september 2016
Zaaknummer
E.J. no. 1013 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Huurcommissieverordening ArubaArt. 12 Huurcommissieverordening Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging opzegging huurovereenkomst wegens bouwvalligheid en huurachterstand

De zaak betreft een beroep van huurder [X] tegen een beschikking van de huurcommissie die verhuurder [Y] toestemming gaf de huurovereenkomst op te zeggen met een opzegtermijn van zes maanden.

De huurder stelde dat de verhuurder niet kon aantonen eigenaar te zijn en voerde tegen dat zij tijdens noodzakelijke renovaties in het gehuurde mocht blijven wonen. Tevens voerde zij aan dat zij de huur kon verrekenen met gemaakte kosten voor reparaties.

Het Gerecht stelde vast dat [Y] voldoende aannemelijk is als verhuurder en dat het gehuurde bouwvallig is en dringend renovatie behoeft. De huurder kon haar stellingen onvoldoende onderbouwen, onder meer door het ontbreken van een deskundigenrapport. Ook was zij aanzienlijk achterstallig met huurbetaling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de opzegging per 1 november 2015 bevestigd. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van huurder wordt ongegrond verklaard en de opzegging van de huurovereenkomst bevestigd.

Uitspraak

Beschikking van 30 augustus 2016
Behorend bij E.J. no. 1013 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING in de zaak van:
[X],
wonende in Aruba,
appelante,
hierna ook te noemen: [X],
gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G Faarup,
tegen:
[Y],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
geïntimeerde,
hierna ook te noemen: [Y],
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak.
1.2
Die behandeling heeft plaatsgevonden op 15 maart 2016. [X] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. Hoewel in overeenstemming met de wet opgeroepen is [Y] niet verschenen. [X] en haar gemachtigde hebben ter zitting het woord gevoerd.
1.3
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.HET BEROEP

2.1
Bij beschikking van de huurcommissie van 22 april 2015, met kenmerk [kenmerk] (hierna: de beschikking), is aan [Y] toestemming verleend om de huurovereenkomst van [X] (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot het in Aruba te [adres] gelegen woning (hierna: het gehuurde) op te zeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. [Y] heeft met gebruikmaking van die toestemming de huur van [X] krachtens een aan [X] op 29 april 2015 bij exploot betekend schrijven opgezegd tegen 1 november 2015.
2.2 [
X] heeft bij fax van 13 mei 2015 (vooruitlopend op het op 18 mei 2015 ingediende beroepschrift) beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [X] verzoekt dat het Gerecht de beschikking vernietigt, en het verzoek tot opzegging of beëindiging van de huurovereenkomst alsnog weigert.
2.3 [
Y] heeft geen verweer gevoerd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 van Pro de Huurcommissieverordening, in verbinding met het vierde lid van artikel 12 daarvan Pro, stelt het Gerecht vast dat het beroep tegen de op 22 april 2015 gedagtekende beschikking tijdig is ingesteld nu [X] onbestreden heeft gesteld dat zij de beschikking eerst op 29 april 2015 heeft ontvangen. Aldus is [X] ontvankelijk in haar beroep.
3.2 [
X] heeft meermalen gesteld dat [Y] geen bewijs heeft overgelegd waaruit kan blijken dat hij de verhuurder is van het gehuurde. [X] heeft echter niet gesteld dat [Y] niet de verhuurder is van het gehuurde, en evenmin heeft zij gesteld wie dan anders dan [Y] de verhuurder zou zijn. Eén en ander brengt mee dat voldoende aannemelijk wordt geoordeeld dat [Y] de verhuurder is van het door [X] gehuurde.
3.3
Uit de beschikking blijkt dat [Y] gedurende de door de Huurcommissie gehouden hoorzitting in elk geval werd vertegenwoordigd door zijn advocaat mr. E.E. Rosenstand, die kennelijk ten overstaan van die commissie heeft verklaard daartoe gemachtigd te zijn door [Y]. Die enkele verklaring van die advocaat is voldoende om aan te nemen dat hij gemachtigd was om voor [Y] op te treden en het woord te voeren gedurende bedoelde hoorzitting. In het licht daarvan kan de stelling van [X], dat [Y] toen niet rechtsgeldig werd vertegenwoordigd door [Z], onbesproken blijven.
3.4
In de beschikking staat vermeld dat namens de verhuurder ter hoorzitting van de Huurcommissie onder meer is verklaard dat [X] voor een totaalbedrag van
Afl. 52.800,-- achterstallig is met betaling van huur en dat [X] onder meer heeft verklaard dat (1) zij vanaf 2008 achterstallig is met betaling van huur omdat volgens haar de eigenaren van het gehuurde weigeren de elektriciteitsinstallatie daarvan te vernieuwen en (2) dat het gehuurde in verband met diens bouwvalligheid aan noodzakelijke renovatie toe is. [X] heeft de juistheid van de beschikking ten aanzien van die verklaringen niet of onvoldoende bestreden.
3.5
Vast komt daarom te staan dat het gehuurde bouwvallig is en dat het daarom aan noodzakelijke renovatie toe is. De stelling van [X] dat zij gedurende die renovatie in het gehuurde kan blijven wonen mist naar het oordeel van het Gerecht voldoende onderbouwing, temeer omdat sprake is van een bouwval. Het had in dit verband op de weg van [X] gelegen haar stelling met een rapport van een ter zake deskundige (rechts)persoon te staven. Dit alles brengt reeds mee dat [Y] het gehuurde nodig heeft voor eigen gebruik, en daarom een rechtmatig belang heeft bij opzegging van de tussen partijen geldende huurovereenkomst.
3.6
Daar komt nog bij dat [Y] ook anderszins een rechtmatig belang heeft bij opzegging van de huurovereenkomst, nu vast staat dat [X] ontoelaatbaar achterstallig is met betaling van huur. Het beroep van [X] op verrekening met door haar gemaakte kosten voor reparaties en/of renovaties aan het gehuurde mist voldoende onderbouwing. Gesteld noch gebleken is hoeveel kosten er in dat verband zijn gemaakt door [X], en evenmin is gesteld of gebleken wat zij allemaal precies heeft verricht aan reparaties en/of renovaties aan het gehuurde. Voor zover [X] zich beroept op opschortingsrechten ten aanzien van betaling van huur - omdat de eigenaar van het gehuurde volgens haar weigert de elektriciteitsinstallatie daarvan te vernieuwen - heeft te gelden dat gesteld noch is gebleken dat die installatie niet of onvoldoende functioneert en evenmin is gesteld of gebleken dat [X] dienaangaande is gerechtigd tot opschorting van de gehele door haar te betalen huur.
3.7
De slotsom luidt dat beroep van [X] ongegrond zal worden verklaard en dat de beschikking onder aanvulling van de hiervoor onder 3.6 omschreven grond zal worden bevestigd.
3.8
Vorenstaande brengt mee dat [Y] de huur rechtmatig heeft opgezegd per 1 november 2015, en dat [X] recht noch titel heeft om nog langer in het gehuurde te blijven.
3.9 [
X] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Y], tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-verklaart het beroep van [X] ongegrond;
-bevestigt de beschikking van de huurcommissie van 22 april 2015 met kenmerk [kenmerk] onder aanvulling van grond zoals hiervoor onder 3.6 omschreven;
-veroordeelt [X] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Y], tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 30 augustus 2016.