ECLI:NL:OGEAA:2016:525

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
23 augustus 2016
Publicatiedatum
1 september 2016
Zaaknummer
EJ nr. 1055 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BWAArt. 1:260 BWAArt. 1:263 BWA
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige kinderen voor negen maanden met gezinsvoogd benoeming

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba behandelde op 23 augustus 2016 het verzoek van de voogdijraad tot ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen uit een huwelijk. De ouders oefenden gezamenlijk het gezag uit. Eerder waren de kinderen reeds onder toezicht gesteld voor een jaar met benoeming van een gezinsvoogdes.

De gezinsvoogdes rapporteerde dat de kinderen nog steeds worden bedreigd door zedelijke en lichamelijke ondergang, wat een voortzetting van de kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk maakt. De moeder heeft een opvoedingsvisie die niet aansluit bij de adviezen van de gezinsvoogdes, maar toont bereidheid tot begeleiding.

Het gerecht besloot de ondertoezichtstelling te verlengen voor negen maanden. De dagbehandeling in het kindertehuis Imeldahof werd toegewezen, maar niet als uithuisplaatsing, zodat geen machtiging noodzakelijk was. De gezinsvoogdes werd opnieuw benoemd, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De minderjarige kinderen worden voor negen maanden onder toezicht gesteld met benoeming van een gezinsvoogdes en dagbehandeling zonder uithuisplaatsing.

Uitspraak

Beschikking van 23 augustus 2016
behorend bij EJ nr. 1055 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
Belanghebbenden:
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
[de minderjarige 3],
de minderjarigen,
[de moeder], de moeder,
[de vader], de vader.
Maybelline TROMP-VAN DER BIEZEN, de gezinsvoogdes.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 16 mei 2016,
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 28 juni 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoeker bij mr. M. Ras-Pieternella, de moeder in persoon en de gezinsvoogdes in persoon. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Voornoemde minderjarigen zijn uit het huwelijk tussen de moeder en de vader in Aruba geboren: [de minderjarige 1] op [geboortedatum] 2003, [de minderjarige 2] op [geboortedatum] 2005 en [de minderjarige 3] op [geboortedatum] 2010. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de minderjarigen.
2.2
Bij beschikking van dit gerecht van 7 april 2015 (EJ-339/15) zijn de minderjarigen ingaande 9 april 2015 voor de duur van één jaar onder toezicht gesteld, met benoeming van Maybelline Tromp-van der Biezen tot gezinsvoogdes.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe de minderjarigen (wederom) onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar, met dagbehandeling in het kindertehuis Imeldahof voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en met handhaving van Maybelline Tromp-van der Biezen als gezinsvoogdes.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:254 e.v. van het BWA kan de rechter, indien een kind zodanig opgroeit dat het met zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd, het kind onder toezicht stellen, met benoeming van een gezinsvoogd en met uithuisplaatsing, indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is.
4.2
Uit het door de gezinsvoogdes omtrent de minderjarigen uitgebrachte rapport en het ter zitting besprokene blijkt dat zij nog steeds met zedelijke en lichamelijke ondergang worden bedreigd, zodat het noodzakelijk is dat zij wederom onder toezicht worden gesteld. Ter zitting heeft de gezinsvoogdes aangegeven dat in dit geval een kinderbeschermingsmaatregel nog noodzakelijk is maar dat een verdergaande maatregel, zoals ontheffing van de ouders uit het gezag, (nog) niet geïndiceerd is. Het gaat in casu om het afbouwen van de kinderbeschermingsmaatregel. De moeder heeft – kennelijk wegens haar cultuur – een bepaalde visie op de wijze van opvoeding en ontwikkeling van haar kinderen, die niet strookt met hetgeen de gezinsvoogdes adequaat en leeftijdsgeschikt acht. Zo dwingt de moeder de kinderen tot zelfstandigheid maar ze houdt geen rekening met hun capaciteit en draagkracht. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij anders dan in het verleden nu wel de nodige begeleiding en ondersteuning accepteert.
4.3
Gelet hierop zal het gerecht de duur van de ondertoezichtstelling bepalen op negen maanden.
4.4
De dagbehandeling in het Imeldahof is geen uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 1:263 BW Pro, en behoeft geen machtiging als bedoeld in artikel 1:260, lid 3 BW, zodat het verzoek in zoverre zal worden afgewezen. Op grond van artikel 1:260 BW Pro dienen bij de verzorging en opvoeding van een onder toezicht gesteld kind de ouders zich te gedragen naar de aanwijzingen van de gezinsvoogd, ook als dat inhoudt dat de onder toezicht gestelde kinderen de dagbehandeling bij Imeldahof moeten volgen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba, de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2005 in Aruba en [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba, onder toezicht voor de duur van negen maanden ingaande heden,
benoemt Maybelline TROMP-VAN DER BIEZEN tot gezinsvoogdes,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven op 23 augustus 2016 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.