ECLI:NL:OGEAA:2016:505
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeende diefstal en vertrouwensbreuk
De naamloze vennootschap Caribbean Mercantile Bank N.V. (CMB) verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om de arbeidsovereenkomst met G* te ontbinden op grond van gewichtige redenen. CMB stelde dat G* niet vrijwillig melding had gemaakt van een diefstal door haar zus en bovendien had gelogen over deze diefstal, wat het vertrouwen ernstig zou schaden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 mei 2016 heeft G* verweer gevoerd en een pleitnota ingediend. CMB heeft gerepliceerd met nadere producties, waarna G* gedupliceerd heeft. Het Gerecht heeft overwogen dat er geen aannemelijke grond is dat G* als medepleger of medeplichtige kan worden gezien, noch dat zij verplicht was om uit eigen beweging melding te maken van een diefstal buiten werktijd en buiten de werkvloer.
Ook is vastgesteld dat G* verschoningsgerechtigd is ten aanzien van verklaringen over haar zus. De vermeende imagoschade voor CMB door de circulerende beveiligingsbeelden is onvoldoende om het vertrouwen in G* te breken. Het verzoek tot ontbinding wordt daarom afgewezen en CMB wordt veroordeeld in de proceskosten van G*.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en CMB wordt veroordeeld in de proceskosten.